Deontologie-advies Advies 591
Een advocaat kan tegenover de fiscale administratie zijn beroepsgeheim niet inroepen om zichzelf in te dekken tegen rechtmatige aanspraken van de fiscus, maar dit sluit niet uit dat hij de plicht blijft behouden om in zijn contact met de fiscale administratie zijn beroepsgeheim ten aanzien van zijn cliënten in te roepen. Daarom moet hij de namen van zijn cliënten verbergen in zijn boekhoudkundige documenten.
Auteur
Dominique Dombret
Vraag
Een advocaat wordt geconfronteerd met een fiscale controle.
De fiscus vraagt zijn financiële dagboeken op. Hierin staan de namen van zijn cliënten vermeld.
De advocaat vraagt of hij dit deontologisch gezien in het kader van een fiscale controle mag meedelen, dan wel dat hij elke verwijzing naar cliënteel dient te wissen.
U vraagt of de OVB hierover richtlijnen of deontologische adviezen heeft.
Advies
Graag verwijs ik u naar de adviezen 29, 263, 401 en 526, die ik u als bijlage overmaak. U kan ze tevens nalezen op het privaat luik van de website van de OVB onder ‘informatie > deontologie, wetgeving en reglementen > adviezen deontologie > trefwoord: fiscale controle’.
Samengevat kan een advocaat tegenover de fiscale administratie zijn beroepsgeheim niet inroepen om zichzelf in te dekken tegen rechtmatige aanspraken van de fiscus, maar dit sluit niet uit dat hij de plicht blijft behouden om in zijn contact met de fiscale administratie zijn beroepsgeheim ten aanzien van zijn cliënten in te roepen. Daarom moet hij de namen van zijn cliënten verbergen in zijn boekhoudkundige documenten.
Jacques Van Malleghem
Bestuurder departement deontologie