Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 29

Fiscus en beroepsgeheim / verwerping door de fiscus van verplaatsingskosten van en naar het buitenland / vraag tot opgave van de naam en het adres van de cliënt

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Ik dank U voor uw brief van 22 maart ll. en kan U als volgt van antwoord dienen :

Ik kan mij volledig aansluiten bij de brief die Mr. X. U geschreven heeft op 10 maart ll. waarin gesteld wordt dat de zaak eerst nog eens onder de aandacht van Mr. (zijn cliënt) zou moeten gebracht worden, welk mogelijk antwoord immers repercussies zo u kunnen hebben op de gebeurlijke verwerpingen van bedrijfsuitgaven, waarvan tot nader order de belastingplichtige nog steeds bewijslast draagt, inclusief het beroepsmatig karakter ervan.

De administratie haalt een aantal argumenten aan om minstens te vermoeden dat een aantal verplaatsingen een privé-karakter hebben.

Wat het ontwerp van brief aan de fiscus betreft, lijkt mij dat in orde.

Per conclusie kan gesteld worden dat naar het oordeel van de tuchtoverheid in het kader van de vraag gesteld hoofdens artikel 334 W.I.B./92 het beroepsgeheim niet geschonden wordt wanneer de inlichtingen welke worden gevraagd louter betrekking hebben op het (gecodeerde) dossier waarin de mogelijke verplaatsingen zich hebben voorgedaan, doch dat het beroepsgeheim wel geschonden is wanneer de naam en het adres of andere identificatiegegevens van het cliënteel worden gevraagd.

Zoals U weet, wordt het Ministerieel Besluit van 6 november 1976 tot vaststelling van de door de advocaten bij te houden boekhouddocumenten (dat onlangs gewijzigd is) door sommigen in vraag gesteld wat zijn wettelijkheid betreft.

Van Goethem beweert dat het Ministerieel Besluit onwettig is als strijdig met artikel 458 daar het toepassingsgebied van artikel 241 W.I.B, dat de tussenkomst van de tuchtoverheid voorschrijft wanneer beroepsgeheim wordt ingeroepen, beperkt (VAN GOETHEM, H., Het beroepsgeheim van de advocaat, Jura Falconis, 1981-82, 214).

Haverans meent dat het formeel in overeenstemming is met de wettelijke regeling van artikel 226 W.I.B. en 221 W.I.B. omdat de advocaat de mogelijkheid wordt geboden aan een inbreuk op zijn zwijgplicht te ontkomen door zijn boekhoudkundige documenten derwijze op te stellen (codenummer) dat de naam van de cliënt niet blijkt (HAVERANS, C., Het beroepsgeheim van de advocaat in het fiscaal recht : geheimhouding en inkomstenbelasting, Fiscofoon, 1986, 90 en speciaal pag. 101 ; STEVENS, J., Regels en gebruiken van de advocatuur te Antwerpen, 2de Ed., nr. 826).

In ieder geval blijkt uit deze studies dat de advocaat de naam en de verdere gegevens betreffende zijn cliënt niet aan de fiscus vermag mede te delen en dat de fiscus daarover ook geen vragen vermag te stellen.

Een advocaat mag zelfs niet antwoorden op de vragen van de fiscus om te weten te komen of honoraria betrekking hebben op een echtscheiding of op een commercieel geding (WAGEMANS, Receuil des règles professionnelles, 1996, 232, 446).

Buiten de hier gevolgde procedure in het kader van artikel 334 Wetboek Inkomstenbelastingen is ook een vraag om advies mogelijk door de fiscus in dergelijk geval bij een consultatieve commissie bestaande uit de stafhouder of zijn plaatsvervanger en twee assessoren, gekozen uit de confraters van de declarant (artikel 249 W.I.B.). Blijkbaar wordt tegenwoordig geen beroep meer gedaan op deze consultatieve commissie.

Stafhouder Jo Stevens
Bestuurder departement deontologie

Ook interessant

Advies 780

Meer lezen

Advies 779

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen