Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 590

Volgens de Zwitserse voorschriften moet men reeds ingeschreven zijn aan een Belgische balie alvorens men kan opgenomen worden op de EU-lijst van de balie van Lausanne. Hiertoe kan men zich eerst inschrijven aan een Vlaamse balie (enige kantoor). Hierna kan men een tweede kantoor openen, in Zwitserland. De Codex vereist niet dat het hoofdkantoor in België moet zijn. De betrokkene moet aan de stafhouder van de Vlaamse balie en aan de bevoegde overheden van de balie van Lausanne meedelen dat hij aan deze laatste balie zijn hoofdkantoor houdt en aan de Vlaamse balie zijn bijkantoor.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Deel dit artikel

Vraag

Mevrouw X was advocate aan de balie van A van 11 januari 1999 tot 4 april 2002. Hierna is ze verhuisd naar Zwitserland waar ze als bediende werkzaam was. Bij beslissing van de raad van de Orde d.d. 29 april 2002 werd mevrouw X weggelaten van het tableau met ingang van 4 april 2002.

Nu wenst mevrouw X ingeschreven te worden op de EU-lijst aan de balie van Lausanne. Ingevolge bilaterale akkoorden tussen de EU en Zwitserland zou mevrouw X permanent het beroep van advocaat kunnen uitoefenen in Zwitserland met inschrijving op de EU-lijst van advocaten aan de balie van Lausanne. Hiervoor is wel een inschrijving aan een balie in België vereist.

Daarom verzoekt mevrouw X thans de raad van de Orde van B om haar op te nemen op het tableau om aldus een bijkantoor te openen te ...

U meent dat conform artikel 59 van de Codex de opname van een advocaat op het tableau van de balie van B voor het openen van een bijkantoor slechts mogelijk is indien deze advocaat reeds een hoofdkantoor heeft aan een andere balie in België, dan wel indien zij de inschrijving aan de balie van een andere EU-lidstaat kan voorleggen.

Advies

Vooreerst wens ik op te merken dat Hoofdstuk II.4 ‘Advocaten die onderdaan zijn van een lidstaat van de EU en leden van buitenlandse balies’ van de Codex in casu niet van toepassing is. Dit hoofdstuk is immers niet van toepassing op Belgische advocaten die in een andere EU-lidstaat hun beroep van advocaat op permanente wijze wensen uit te oefenen, laat staan op Belgische advocaten die in Zwitserland - dat geen EU-lidstaat is – gevestigd zijn.

Artikel 58, al. 1 van de Codex luidt als volgt:

Iedere balie houdt een EU-lijst bij met de advocaten die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie waar ze gerechtigd zijn het beroep uit te oefenen onder een titel die overeenstemt met die van advocaat en die het beroep in België permanent willen uitoefenen onder hun oorspronkelijke beroepstitel.

Het antwoord op uw vraag dient eerder gezocht te worden in Hoofdstuk V.3 ‘Het kantoor en de bijkantoren’ van de Codex.

Hierbij wens ik uw aandacht te vestigen op artikel 180, al. 1 van de Codex:

Een advocaat ingeschreven op het tableau, kan meerdere kantoren houden in één of meerdere gerechtelijke arrondissementen, in binnen- en buitenland.

Een Vlaamse advocaat kan aldus meerdere kantoren houden, waaronder één of meerdere kantoren in het buitenland, op voorwaarde dat hij in België is ingeschreven op het tableau. Dit betekent aldus dat mevrouw X opnieuw zou moeten worden opgenomen op het tableau van een Vlaamse balie.

De Codex vereist niet dat het hoofdkantoor in België moet zijn. Artikel 180, al. 2 van de Codex omschrijft het hoofdkantoor als ‘het kantoor waar hij [de advocaat] hoofdzakelijk zijn beroep uitoefent.’ Aangezien mevrouw X gedomicilieerd is in Zwitserland lijkt het evident te zijn dat zij daar hoofdzakelijk haar advocatenactiviteiten zal uitoefenen en dat daar haar hoofdkantoor aldus zal gevestigd zijn.

De moeilijkheid ligt evenwel in het feit dat zij volgens de Zwitserse voorschriften reeds ingeschreven moet zijn aan een Belgische balie alvorens ze kan opgenomen worden op de EU-lijst van de balie van Lausanne.

De enige mogelijkheid lijkt mij te zijn dat mevrouw X zich eerst inschrijft aan de balie van B, waar zij haar enige kantoor zou hebben. Hierna kan ze mijns inziens een tweede kantoor openen, zijnde in Zwitserland.

In dat verband wijs ik u op artikel 184 van de Codex:

De advocaat deelt aan de stafhouders van de betrokken balies mee waar hij zijn hoofdkantoor houdt. Doet hij dat niet, dan wordt hij verondersteld zijn hoofdkantoor te houden op het adres van de oudste inschrijving op het tableau van een Orde van Advocaten behorende tot de Orde van Vlaamse Balies. De advocaat die een bijkomend kantoor opent of een kantooradres wijzigt, meldt de gegevens daarvan aan de stafhouder van elke Orde waar hij is ingeschreven.

Mevrouw X moet aldus aan u en aan de bevoegde overheden van de balie van Lausanne meedelen dat zij aan deze laatste balie haar hoofdkantoor houdt en aan de balie van B haar bijkantoor.

Jacques Van Malleghem

Bestuurder departement deontologie

Ook interessant

Advies 756

Meer lezen

Advies 751

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen
Advocaten-stagiairs
Deontologie Beroepsopleiding

Beroepsopleiding advocaten-stagiairs herzien

Sinds 2 oktober 2025 gelden er belangrijke veranderingen in de beroepsopleiding van advocaten-stagiairs. Onze algemene vergadering keurde op 24 september een nieuw reglement goed dat verschillende artikelen van de Codex Deontologie voor Advocaten wijzigt. De aanpassingen betreffen de stage en de beroepsopleiding en zijn gericht op een werkbaardere en duidelijkere invulling van het traject voor stagiairs.

Meer lezen