Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 442

Het gebruik maken van bewijsmateriaal waarvan de advocaat weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat het onrechtmatig werd verkregen of dat het bezit ervan precair is, kan vanuit deontologisch oogpunt worden beschouwd als een tekortkoming aan de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid - een bijzonder mandaat van de cliënt tot het aanwenden van de overhandigde stukken kan de positie en eigen verantwoordelijkheid van de advocaat niet opheffen of vergoelijken - door het louter gebruik van twijfelachtige stukken op zich wordt de advocaat geen mededader in de zin van de strafwet. Evenmin kan een advocaat vervolgd worden voor heling van documenten aangezien de advocaat de stukken niet ten persoonlijke titel maar als advocaat bezit, op precaire wijze en voor rekening van de cliënt.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Deel dit artikel

Vraag

Advocaat X. werd in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand aangesteld om een beklaagde bij te staan in een strafzaak (beroep). Deze beklaagde wordt vervolgd wegens lasterlijke aangifte opzichtens drie politie-inspecteurs.

De betrokken inspecteurs hebben zich burgerlijke partij gesteld en vorderen schadevergoeding onder meer wegens de beweerde impact van de lasterlijke aangifte op hun professionele loopbaan.

Advocaat X. wordt via zijn cliënte in het bezit gesteld van briefwisseling, onder meer uitgaande van de Algemene Inspectie van de Federale Politie en van de lokale politie alsook van de Procureur des Konings te ...; deze documenten zijn dus aan derden gericht.

Deze stukken zouden voor de beklaagde interessant en relevant kunnen zijn, in die zin dat hiermee in het kader van de hangende strafzaak eventueel zou kunnen worden aangetoond dat de burgerlijke partijen zich in de uitoefening van hun beroep ook in andere aangelegenheden aan onregelmatigheden zouden hebben bezondigd, waardoor het in de redenering van de beklaagde niet zo evident is dat zij schade hebben geleden ingevolge de mogelijke lasterlijke aangifte vanwege beklaagde.

De vraag is thans of het advocaat X. vanuit deontologisch oogpunt en in het licht van een eventuele strafrechtelijke aansprakelijkheid toegestaan is gebruik te maken van deze stukken.


Advies

Het gebruik maken van bewijsmateriaal waarvan de advocaat weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat het onrechtmatig werd verkregen of dat het bezit ervan precair is, kan – vanuit deontologisch oogpunt – worden beschouwd als een tekortkoming aan de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid.

Een bijzonder mandaat van de cliënt tot het aanwenden van de overhandigde stukken kan de positie en eigen verantwoordelijkheid van de advocaat niet opheffen of vergoelijken.

De vrijheid van pleidooi houdt niet in dat onrechtmatig of dubieus verkregen stukken, zoals bijvoorbeeld documenten verkregen via diefstal of afkomstig van een lopend straf- of tuchtonderzoek, of vallend onder een beroepsgeheim of een andere geheimhoudingsverplichting, zouden mogen worden aangewend.

Vanuit deontologisch oogpunt is de grootste terughoudendheid aan te bevelen.

Inzake de persoonlijke al dan niet strafrechtelijke aansprakelijkheid van een advocaat in zulk geval is het moeilijk zich uit te spreken en is de casuïstiek zeer breed.

Het parket kan een advocaat betrekken in een strafonderzoek aangaande de herkomst van onrechtmatig verkregen stukken en heeft zulks in het verleden ook reeds gedaan.

Echter, (cfr. J. STEVENS, Regels en gebruiken van de advocatuur te Antwerpen, Antwerpen, Kluwer, 1997, 715) door het louter gebruik van twijfelachtige stukken op zich wordt de advocaat geen mededader in de zin van de strafwet. Evenmin kan een advocaat vervolgd worden voor heling van documenten aangezien de advocaat de stukken niet ten persoonlijke titel maar als advocaat bezit, op precaire wijze en voor rekening van de cliënt. Volgens J. STEVENS (p. 792) is het in principe de cliënt die het dossier samenstelt maar behoort het aan de advocaat om medewerking aan een deloyale handeling te verhinderen of te vermijden.

De advocaat zal dus de eerste rechter zijn bij het beoordelen van de legaliteit en opportuniteit van het aanwenden van stukken, overgemaakt door zijn cliënt, en deze toetsen aan voormelde beginselen.

Edward Janssens
Bestuurder departement deontologie

Ook interessant

Advies 635

Meer lezen

Advies 458

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen