Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 380

Een niet-vertrouwelijke brief kan geen aangetekende ingebrekestelling vervangen - het mandaat ad litem van de advocaat houdt niet in dat de advocaat een mandaat heeft om in naam van zijn cliënt ingebrekestellingen te ontvangen - indien de wet of het contract een aangetekende brief vereist, dan moet deze aangetekende brief worden verzonden door de ene partij aan de andere partij.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Köse

Deel dit artikel

Vraag

De problematiek die aan de orde is is de volgende: Een overeenkomst bevat volgende clausule:

“Indien de authentieke akte door de fout van een der partijen niet verleden kan worden, dan zal de andere partij de keuze hebben, nadat een door haar aan de ingebreke gebleven partij bij aangetekend schrijven of deurwaardersexploot verrichtte aanmaning 15 dagen zonder gevolg is gebleven, ...”

De brief die krachtens deze clausule in de overeenkomst aangetekend of met deurwaardersexploot moet worden verzonden, wordt in casu vervangen door een niet-vertrouwelijke brief verzonden per fax. Over het niet-vertrouwelijk karakter van deze brief bestaat blijkbaar geen betwisting.

Het hof van beroep te ... oordeelt omtrent deze brief het volgende:

“Het officieel schrijven van de raadsman van de appelanten aan de raadsman van de geïntimeerden van 11 december 2003, eveneens per fax verzonden, is niet te aanzien als een ingebrekestelling bij aangetekend schrijven of bij deurwaardersexploot zoals vereist door bijvoorbeeld artikel 8.2”.

De advocaat in kwestie schrijft u aan en schrijft onder meer:

“Ik heb altijd geweten dat het een regel is, zeker ongeschreven en mogelijks zelfs geschreven, dat advocaten elkaar niet aanschrijven met aangetekende brieven. In de gegeven omstandigheden meen ik dat mijn cliënten slachtoffer zijn van de deontologie en dit is mijns inzien onaanvaardbaar.

Ik meen dat een ingebrekestelling wel degelijk mogelijk is bij officieel schrijven als dit als dusdanig wordt aanvaard.”


Advies

Ik vrees dat de advocaat in kwestie een aantal zaken door elkaar haalt.

Indien de wet of een overeenkomst, die partijen tot wet strekt, uitdrukkelijk bepaalt dat een brief aangetekend of met deurwaardersexploot moet worden verzonden om bepaalde rechtsgevolgen te hebben, dan kan een deontologische regel daarvan niet afwijken. Overigens is een deontologische regel die advocaten absoluut zou verbieden elkaar aangetekende brieven te zenden, mij niet bekend.

Het hof van beroep te ... heeft mijns inziens heel terecht geoordeeld dat de gewone brief verzonden van de ene advocaat naar de andere advocaat niet gelijk te stellen is met een aangetekende brief, zoals vereist door het contract.

Er is bovendien nog een andere reden waarom een niet-vertrouwelijke brief geen aangetekende ingebrekestelling kan vervangen.

Het mandaat ad litem van de advocaat houdt immers niet in dat de advocaat een mandaat heeft om in naam van zijn cliënt ingebrekestellingen te ontvangen. In die zin werd geoordeeld door het Hof van Beroep te Luik in een arrest van 29 juni 1990 (Revue régionale de droit, januari 1991, p. 63).

Opdat een brief van een advocaat aan een andere advocaat aan de contractuele vereiste van een aangetekende brief van partij tot partij zou voldoen, moet deze brief aan volgende voorwaarden voldoen:

  • de advocaat moet een bijzonder mandaat hebben van zijn cliënt om deze brief te verzenden;
  • de brief moet aangetekend worden verzonden;
  • de brief moet een niet-vertrouwelijk karakter hebben, wat impliceert dat het niet
  • vertrouwelijk karakter uitdrukkelijk moet worden aanvaard door de ontvanger;
  • de advocaat – ontvanger moet een bijzonder mandaat hebben van zijn cliënt om een ingebrekestelling te ontvangen; de advocaat – verzender zal dus een uitdrukkelijke bevestiging moet vragen van de ontvanger dat hij een mandaat heeft om de ingebrekestelling te ontvangen (en dan nog bestaat het risico dat de cliënt van deze advocaat later het mandaat, dat een bijzonder mandaat moet zijn, betwist).

Rekening houdende met dit alles kan aan advocaten enkel de raad worden gegeven om dergelijke brieven niet te vervangen door niet-vertrouwelijke briefwisseling, die daarvoor niet bestemd is.

Indien de wet of het contract een aangetekende brief vereist, dan moet deze aangetekende brief worden verzonden door de ene partij aan de andere partij. Niets belet de advocaat deze brief op te stellen en te laten verzenden door zijn cliënt.

Philippe De Jaegere
Bestuurder departement deontologie

Ook interessant

Advies 775

Meer lezen

Advies 762

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen
Advocaten-stagiairs
Deontologie Beroepsopleiding

Beroepsopleiding advocaten-stagiairs herzien

Sinds 2 oktober 2025 gelden er belangrijke veranderingen in de beroepsopleiding van advocaten-stagiairs. Onze algemene vergadering keurde op 24 september een nieuw reglement goed dat verschillende artikelen van de Codex Deontologie voor Advocaten wijzigt. De aanpassingen betreffen de stage en de beroepsopleiding en zijn gericht op een werkbaardere en duidelijkere invulling van het traject voor stagiairs.

Meer lezen
Tuchtdatabank

Tuchtdatabank van advocatuur geactualiseerd

We hebben onze tuchtdatabank recent geactualiseerd. Wie zich wil informeren over de tuchtrechtspraak binnen de advocatuur, kan alle beslissingen van de tuchtraden online raadplegen op deze website.

Meer lezen
Advocaten
Deontologie Stage

De vernieuwde stageovereenkomst

Vanaf 10 oktober 2025 zal een gewijzigd artikel 31bis van de Codex Deontologie voor Advocaten gelden voor alle lopende en nieuwe stageovereenkomsten. De aangepaste regeling verduidelijkt de rechten en plichten van zowel stagiair als stagemeester, met extra aandacht voor thema’s zoals aansprakelijkheid, afwezigheden, wachtdiensten en de beëindiging van de stageovereenkomst. Raadpleeg ons vernieuwde model van de stageovereenkomst, aangepast aan de nieuwe regels.

Meer lezen
Deontologie

Deontologieadviezen geactualiseerd en online raadpleegbaar

De databank met deontologieadviezen op deze website werd recent geactualiseerd. Deze adviezen bieden een nuttige leidraad bij de toepassing van de Codex Deontologie voor Advocaten die altijd in concreto moet gebeuren.

Meer lezen
Tucht

Vijfde jaarverslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn vierde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen advocaten in Vlaanderen (inclusief Brussel-Nederlands) in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2022 tot 31 augustus 2023.

Meer lezen
Deontologie Beroepsgeheim

Wet Private Opsporing: enkele aandachtspunten voor advocaten

De Wet Private Opsporing (WPO) vervangt sinds haar inwerkingtreding op 16 december 2024 de verouderde wet van 19 juli 1991 ‘tot regeling van het beroep van privédetective’. Advocaten die in het kader van hun dienstverlening aan de cliënt beroep willen doen op private onderzoekers moeten zich terdege bewust zijn de bepalingen van de WPO en hun cliënt daarover informeren. We geven u daarom een beknopt overzicht met aandachtspunten.

Meer lezen