Deontologie-advies Advies 314
Cliënt kan een tweede advies vragen aan een andere advocaat dan de advocaat die hij opdracht heeft gegeven hem bij te staan in een procedure – gedeeld beroepsgeheim – de eerste advocaat kan zich niet verzetten tegen het overmaken van een kopie van het dossier aan de tweede advocaat.
Advocaat die brieven van een confrater niet beantwoordt handelt onconfraterneel.
Auteur
Dominique Dombret
Auteur
Merve Köse
Vraag
Mr. X schrijft op 19.01.2007 naar het advocatenkantoor Y dat hij geraadpleegd werd door de heer H die hem verzoekt een tweede opinie te geven m.b.t. een hangende zaak waarin het advocatenkantoor Y optreedt als raadsman van de heer H.
Mr. X is via de heer H reeds in het bezit van de laatste 'vervangende synthesebesluiten' en hij vraagt mededeling van de stand van de zaak en een duplicaat van het bundel. Hij vermeldt daarbij uitdrukkelijk dat het voorlopig niet de bedoeling is dat hij advocaten Y opvolgt.
Blijkbaar reageert het advocatenkantoor Y niet op deze brief, ook niet na een rappel en dit is de reden waarom mr. X de stafhouder vat.
Uit de brief van de stafhouder leid ik af dat hij nog geen contact had met het advocatenkantoor Y, zodat ook nog niet geweten is waarom deze advocaten weigeren in te gaan op het verzoek van mr. X.
Advies
Op zich is er geen enkel bezwaar tegen dat een persoon een tweede advies vraagt aan een andere advocaat dan de advocaat die hij opdracht gegeven heeft hem bij te staan in een procedure.
Er kan mr. X niet verweten worden dat hij bereid is daarop in te gaan, temeer hij dit op een volkomen transparante wijze doet, door in eerst instantie het advocatenkantoor Y aan te schrijven.
Het is mogelijk dat het advocatenkantoor Y goede redenen heeft om niet in te gaan op het verzoek van mr. X, maar dit kan op dit ogenblik niet worden beoordeeld, gezien deze redenen mij onbekend zijn. In elk geval moet worden vastgesteld dat het advocatenkantoor Y blijkbaar de brieven van mr. X niet beantwoordt, wat vanuit confraterneel oogpunt niet correct is.
Indien niet kan worden getwijfeld aan het feit dat mr. X effectief werd geraadpleegd door de heer H met verzoek een tweede opinie te verlenen en indien er geen andere mogelijke tegenstrijdige belangen zijn die zich daartegen verzetten, bestaat er ook geen enkel bezwaar tegen dat het advocatenkantoor Y nader informatie geeft aan mr. X, met inbegrip van een kopie van het bundel. Het beroepsgeheim wordt in dat geval immers gedeeld door het advocatenkantoor Y enerzijds en mr. X anderzijds. Gezien de cliënt recht heeft om een tweede opinie te vragen kan het advocatenkantoor Y zich mijns inziens niet verzetten tegen het overmaken van een kopie van het dossier, behalve om redenen die mij op dit ogenblik onbekend zijn.
Het is natuurlijk mogelijk dat het advocaten Y hierin een aantasting zien van de noodzakelijke vertrouwensrelatie tussen cliënt en advocaat en om die reden van oordeel zijn dat zij niet langer kunnen optreden in deze zaak. Dit is hun goed recht, mits zij dit dan ook aan hun cliënt laten weten en hem tijdig in de gelegenheid stellen een andere raadsman te nemen. Dit laatste is hier evenwel blijkbaar niet aan de orde.
Ik herhaal tot slot dat het bijzonder moeilijk is om in deze zaak een gefundeerd advies te geven, zolang het standpunt van het kantoor Y niet bekend is.
Philippe De Jaegere
Bestuurder departement deontologie