Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 199

Conclusie per mail niet doorgekomen bij confrater wegens incompatibele software - verplichting van ontvanger om dadelijk te reageren - verplichting van verzender om dan dadelijk kopie op papieren drager te bezorgen.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Artikel 42 Ger.W. werd gewijzigd en alinea 2 en 3 toegevoegd bij artikel 4 van de wet van 20 oktober 2000, B.S. 22 december 2000, waarbij de elektronische post toegelaten werd.

Dit artikel werd aangevuld met de volgende bepaling:

"Een mededeling, kennisgeving of neerlegging die per gewone brief kan geschieden, kan eveneens geldig per fax of per elektronische post geschieden voor zover de geadresseerde een faxnummer of elektronisch adres opgeeft, dan wel regelmatig gebruikt.

Een mededeling, kennisgeving of neerlegging die bij een per post aangetekende brief dient te geschieden, kan eveneens geldig per fax of per elektronische post geschieden, mits dit een ontvangstbewijs oplevert vanwege de geadresseerde.".

Er is dus geen twijfel dat conclusies per elektronische post kunnen overgemaakt worden (Francis de Clippele, Wettelijke regeling voor de elektronische handel, T.B.H., 2001, 335).

De wet zegt eigenlijk niets over het probleem van een onleesbaar toegestuurde tekst.

Mij komt voor dat het de afzender is die er zich moet van vergewissen dat zijn correspondent de elektronische mededeling ook kan ontvangen. En dat het de ontvanger is die dadelijk moet reageren indien de zending niet of onklaar doorkwam.

Hoofdens de bepaling van de wet is een kennisgeving per e-mail wel de officiële mededeling en dus niet slechts een bijkomende mededeling.

Het probleem dat ons bezig houdt, is een probleem eerder van deontologische dan van wettelijke aard. Het gaat er om dat advocaten onder mekaar, gezien de regels van de confraterniteit, de bezorgdheid aan de dag moeten leggen om de mededelingen zoals de wet die toelaat te laten geschieden op zulke wijze dat de correspondent daar ook effectief kennis van kan nemen.

Dus niet enkel het elektronisch adres is van belang, doch ook de vraag of de apparatuur compatibel is en of de mode waarin het bericht werd gestuurd ook kan gecapteerd en omgezet worden door de apparatuur van de correspondent.

Is dat niet zo, dan lijkt het mij zo te zijn dat degene die het bericht heeft verstuurd, er moet voor zorgen dat een doublure per gewone post of op enig andere voor zijn correspondent acceptabele wijze terecht komt.

Wanneer de betrokken advocaat op de hoogte wordt gebracht van een compatibiliteitsprobleem met de apparatuur van zijn correspondent betekent dat dat hij weet dat hij de correspondent op deze wijze niet kan bereiken en het zou zelfs van kwade trouw en van onconfraterniteit getuigen dan niet de nodige maatregelen te nemen opdat de confrater wel degelijk in het bezit zou gesteld worden van een leesbare tekst.

Het is niet voldoende dat men een gebruik maakt van "de meest courante technologie", vermits ook voor degenen die helemaal geen technologie hebben de advocaat steeds verplicht is op papieren drager verder te werken met gewone brieven desnoods.

Of deze conclusies daarom uit de debatten kunnen geweerd worden, is niet het probleem van de stafhouder doch het probleem van de rechter.

Mij komt voor dat beide advocaten hier, uit hoofde van hun deontologie en van de confraterniteit die ze mekaar verschuldigd zijn, de nodige coulance aan de dag moeten leggen, de ene om te zorgen voor de uitvoering op vol papier van wat hij aan de andere moest bezorgen en de andere om daarmee dan ook genoegen te nemen, moge het zijn dat door heel deze discussie enige vertraging in de beschikbaarheid van de conclusies is gekomen. Maar dat kan eventueel op een andere manier opgelost worden door bv. minnelijk nog bijkomende conclusietermijnen aan mekaar toe te staan.

Stafhouder Jo Stevens
Bestuurder departement deontologie


Ook interessant

Advies 773

Meer lezen

Advies 769

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen