Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 109

Stagecontract getoetst aan de Nationale en Antwerpse reglementen - vergoedingswijze duidt op een (verboden) geïntegreerd samenwerkingsverband tussen patroon en stagiair - rem op de vorming van eigen cliënteel door de stagiair - vergoedingen in toevoegingszaken komen de stagiair toe - kostenvergoeding strijdig met (Antwerps) reglement



Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Ik dank U voor uw brief van 5 januari ll. en ik heb het betrokken stagecontract onderzocht. Dit is niet erg duidelijk, en mag zelfs onnodig ingewikkeld genoemd worden.

Bovendien klopt de interpretatie ervan, zoals de patroon die geeft in zijn brief van 27 oktober, helemaal niet met de termen van het contract zelf.

Hoe steekt, bij nalezing, de vergoedingswijze ineen ?

1. Volgens artikel 5.1 krijgt de stagiair 36 % van de door het kantoor van de patroon gefactureerde en geïnde erelonen in de dossiers waarin hij voor het kantoor presteerde.

2. Volgens artikel 5.2 wordt een voorschot van 75.000 BEF per maand betaald.

Volgens de uitleg van de patroon is dit een minimum doch dat blijkt niet uit artikel 5.2. Integendeel zegt dit artikel dat deze 75.000 BEF worden afgerekend op het jaarlijks bedrag van het ereloon van de stagiair zoals bepaald onder artikel 5.4, t.t.z. per 31 maart van elk jaar (ook artikel 5.4 spreekt van deze verrekening) en bovendien blijkt uit artikel 5.2 in fine en artikel 5.3 dat dit maandelijks ereloon ("conform artikel 5.2 en 5.3" ; waarom artikel 5.3 hier wordt vermeld is niet duidelijk) kan worden verminderd met :

1) de erelonen van de stagiair in zijn eigen zaken (2/3 zonder onderscheid tussen erelonen in gewone of in toevoegingszaken),

2) de kosten in eigen zaken forfaitair gerekend op 1/3 van de erelonen in de eigen zaken,

3) de erelonen voor prestaties van andere advocaten van het kantoor in de eigen zaken van de stagiair.

Daar wordt aan toegevoegd dat deze verminderingen niet voor gevolg mogen hebben dat de stagiair minder zou ontvangen dan het reglementair minimum 20.000/30.000/45.000 BEF per maand, en minder dan de 36 % op de zaken van de patroon van artikel 5.1.

Een heel ingewikkelde uiteenzetting dus om te zeggen :

1) de stagiair krijgt 36 % op de zaken van de patroon, met een minimum van 20.000, 30.000 en 45.000 BEF,

2) zijn erelonen gaan voor 100 % naar het kantoor van de patroon (2/3 + 1/3 kosten),

3) prestaties van kantoorgenoten moet de stagiair vergoeden behoudens indien dat voor gevolg zou hebben (en in die mate) dat aan de minima 20.000/30.000/45.000 BEF geraakt wordt (deze regel kan echter nooit spelen want ook de 36 % van artikel 5.1 is een beschermd minimum).

Het komt er dus op neer dat de stagiair 36 % krijgt in voorschotten van 75.000 BEF éénmaal per jaar verrekenbaar met een gegarandeerd minimum van 20.000/30.000/45.000 BEF, en daarentegen zijn ganse erelonen in eigen zaken (ook toevoegingszaken) afstaat aan het kantoor.

Er is geenszins sprake van een minimum niet terugvorderbaar ereloon van 75.000 BEF per maand, zoals in de brief van de patroon gemeld.

* * *

Bedoelde wijze van samenwerking tussen patroon en stagiair, waarbij de stagiair zijn erelonen 100 % afstaat aan de patroon, kan moeilijk anders begrepen worden dan als een geïntegreerd samenwerkingsverband tussen patroon en stagiair (ook al is er geen 100 % deling in de risico's van de samenwerking door de stagiair), wat door het reglement van de Nationale Orde van 8 maart 1990 en het Antwerps reglement op de samenwerkingsverbanden van 29 juni 1992 verboden is.

Stagiairs kunnen immers slechts tot een onkostenassociatie of economisch samenwerkingsverband toetreden, doch niet tot een geïntegreerde maatschap waarin de baten worden ingebracht, zoals in casu, minstens (100 %) van de kant van de stagiair zelf.

Ik zie niet in waarom het Antwerps reglement strijdig zou zijn met het nationaal reglement. De patroon deelt zijn erelonen niet met de stagiair ; hij geeft hem enkel een vergoeding x % van de gefactureerde erelonen in de zaken waarin de stagiair werkt.

Buiten een geïntegreerde associatie kan geen advocaat rechten verwerven op de erelonen van een ander advocaat, en deze vormen van associatie zijn verboden voor stagiairs.

Het opnemen van 100 % van de erelonen van de stagiair in eigen zaken, brengt bovendien een belangrijke en mogelijk definitieve rem aan op de aanmoediging van de vorming van een eigen cliënteel waartoe de patroon juist volgens artikel 13 § 2 in fine van het Antwerps reglement op de stage van 8 mei 1995 en 29 november 1999 dient in te staan.

Waar geen onderscheid wordt gemaakt tussen erelonen in gewone en in toevoegingszaken, is het contract strijdig met de regel dat de vergoedingen in toevoegingszaken de stagiair toekomen en niet zijn patroon.

Tenslotte dient er op gewezen dat hier een forfaitaire kostenvergoeding voor de voordelen in natura wordt gehanteerd (artikel 6.3) van 1/3de van de eigen erelonen van de stagiair, terwijl het maximum volgens artikel 14 § 5 van het Antwerps reglement 1/3de van de minimum vergoedingen (20.000/30.000/ 45.000 BEF) bedraagt.

Ook dient maandelijks en niet één keer per jaar te worden afgerekend, daar het reglement in maandelijkse vergoedingen voorziet (artikel 14 § 2).

Het contract is dus niet in overeenstemming met de geciteerde reglementen en dient aangepast.

Jo Stevens
Bestuurder departement deontologie


Ook interessant

Advies 717

Meer lezen

Advies 716

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen