- Strafrechtelijke feiten / veroordeling
- Niet naleven meldingsplicht stafhouder
- Beroepsgeheim
- Onpartijdigheid
- Onafhankelijkheid
- Belangenconflict
- Vrijheid van meningsuiting
- Schorsing met uitstel
De gewezen advocaat wordt vervolgd wegens diverse tenlasteleggingen, nl. het niet melden van de oprichting van twee VZW’s en de aanstelling als voorzitter van de raad van bestuur, een inbreuk op art. 11 quater van de Codex Deontologie voor Advocaten door het optreden als advocaat van de VZW’s waarvan de ze voorzitter is, een inbreuk op het beroepsgeheim, het plegen van een strafrechtelijk feit, het niet nakomen van fiscale verplichtingen, het gebruik van een professionele Facebook-pagina voor privé-zaken en vice versa.
Bovendien heeft de advocaat in de behandeling van een dossier de naam van een rechter publiek gemaakt, zelf opgetreden als getuige, tegen een begrafenisondernemer gedreigd om een strafklacht neer te leggen en allerlei berichten op haar Facebook-pagina's geplaatst waarin ze de verklaringen van overheidsinstanties in twijfel trok.
De advocaat werd eerder weggelaten van het tableau. Op dat ogenblik was het tuchtonderzoek reeds geopend. De tuchtraad acht zich dan ook bevoegd in deze zaak.
De tuchtraad verklaarde, bij verstek, de inbreuken bewezen en legde de zwaarste sanctie op.
Tegen deze beslissing heeft de advocaat verzet aangetekend. De tuchtraad verklaart het verzet ontvankelijk en deels gegrond.
De tuchtraad oordeelde dat de sanctie van schorsing voor een periode van twaalf maanden gepast is. Deze werd uitgesproken met opschorting voor de helft daarvan (6 maanden) voor een periode van 3 jaar voor zover binnen deze periode haar geen tuchtstraf wordt opgelegd van berisping of schorsing.
De gewezen advocaat heeft tegen bovenstaande beslissing beroep aangetekend.
De tuchtraad van beroep doet de bestreden beslissing teniet en heromschrijft de tenlasteleggingen.
De tuchtraad van beroep verleent een gedeeltelijke vrijspraak voor bepaalde tenlasteleggingen en legt een schorsing op van één maand voor de overige tenlasteleggingen. De tenuitvoerlegging van deze tuchtstraf zal worden uitgesteld gedurende een periode van drie jaar mits binnen deze proefperiode geen nieuwe deontologische inbreuk wordt gepleegd.
De tuchtraad van beroep zegt uitdrukkelijk wie bevoegd zal zijn voor een eventuele herroeping van het uitstel bij niet naleving van de voorwaarden: in het geval binnen de proefperiode nieuwe tuchtrechtelijke inbreuken gepleegd zouden worden zal de tuchtraad voor advocaten van de Nederlandstalige ordes van het rechtsgebied van het hof van beroep Brussel, na verwijzing door de stafhouder bij een gemotiveerde beslissing, kunnen beslissen het uitstel van tenuitvoerlegging van de uitspraak van de tuchtstraf te herroepen.
De beslissing eerste aanleg vindt u hier:
SBT 210: Beslissing 28 januari 2025
- Strafrechtelijke feiten / veroordeling
- Niet naleven meldingsplicht stafhouder
- Beroepsgeheim
- Onpartijdigheid
- Onafhankelijkheid
- Belangenconflict
- Vrijheid van meningsuiting
- Schorsing