- Derdengelden / derdenrekening
- Ereloon
- Schorsing
De advocaat wordt in vier verschillende zaken vervolgd o.a. wegens het niet tijdig doorstorten van derdengelden en voor het niet, minstens niet voldoende, informeren van de cliënt omtrent de wijze waarop de kosten en erelonen worden berekend (art. 19, reglement balie Leuven) en het niet respecteren van de principes van de billijke gematigdheid bij de bepaling van het ereloon.
De tuchtraad oordeelde dat de feiten in de vier zaken samenhangend zijn en besliste ambtshalve om de zaken samen te voegen.
De advocaat werd gedeeltelijk vrijgesproken voor de tenlastelegging wat betreft de laattijdige melding van de beëindiging van zijn tussenkomst in een hangende procedure. De overige tenlasteleggingen werden bewezen verklaard. De tuchtraad heeft een tuchtstraf opgelegd van drie maanden schorsing.
Tegen deze beslissing heeft de advocaat hoger beroep aangetekend.
De tuchtraad van beroep verbetert een materiële vergissing in de bestreden beslissing in die zin dat waar in de tenlasteleggingen verwezen wordt naar art. 446 Gerechtelijk Wetboek, dit moet gelezen worden als artikel 446ter Gerechtelijk Wetboek.
De tuchtraad van beroep bevestigt de bestreden beslissing van de tuchtraad.
De beslissing in eerste aanleg leest u hier:
SBT-218-219-221-222: beslissing 6 augustus 2024
Derdengelden / derdenrekening
Ereloon
Nietigheid tuchtonderzoek
Overschrijding redelijke termijn
Schorsing