- Derdengelden/derdenrekening
- Nalatigheid als gerechtelijk mandataris
- Schorsing met uitstel
De advocaat wordt vervolgd wegens het (tijdelijk) aanwenden van gelden van de personen over wie hij schuldbemiddelaar was voor persoonlijke doeleinden.
De tuchtraad had een schorsing van vier maanden opgelegd, waarvan twee maanden met uitstel voor een periode van drie jaar, met als voorwaarde dat tijdens deze periode geen nieuwe tuchtsanctie zou worden opgelopen.
Tegen deze beslissing heeft de advocaat hoger beroep aangetekend.
De tuchtraad van beroep doet de bestreden beslissing teniet en beperkt de tenlastelegging. De tuchtraad van beroep spreekt de advocaat vrij voor zover hem een inbreuk op artikel 128 en volgende Codex Deontologie voor Advocaten wordt ten laste gelegd en verklaart de tenlastelegging voor het overige bewezen. De tuchtraad van beroep legt aan de advocaat voor deze feiten een schorsing op van vier maanden.
De tenuitvoerlegging van deze schorsing, voor de volledige duur ervan, wordt uitgesteld gedurende drie jaar op voorwaarde dat in deze periode geen nieuwe inbreuken op de deontologische verplichtingen worden gepleegd die leiden tot een nieuwe tuchtsanctie.
De beslissing in eerste aanleg leest u hier:
TAA/SL/0479/2024: beslissing 27 juni 2024
Derdengelden / derdenrekening
Nalatigheid als gerechtelijk mandataris
Schorsing