- Permanente vorming
- Punten permanente vorming
- Hoger beroep stafhouder gegrond
- Opschorting
Uit de voorgelegde stukken blijkt dat de advocaat voor het gerechtelijk jaar 2014-2015 (3+2) 5 juridische punten behaalde. Hij diende er ten minste 16 te behalen. Er is dus een tekort van 11 punten.
De ten laste gelegde feiten, die als dusdanig niet worden betwist, zijn bewezen.
Bij beslissing van dezelfde tuchtraad van 26 januari 2016 (TAA/SA/0226/2015) werd de advocaat, omdat hij voor het gerechtelijk jaar 2013-2014 slechts 11 punten had behaald, minstens nagelaten had om hiervan verslag uit te brengen aan de stafhouder, de sanctie van de waarschuwing opgelegd.
Waar de advocaat verkeerdelijk in de mening verkeerde dat beide dossiers, betrekking hebbend respectievelijk op de jaren 2013-2014 en 2014-2015, behandeld zouden worden op de zitting van de tuchtraad van 22 december 2015, heeft de advocaat op deze zitting geen melding gemaakt van het tweede dossier (2014-2015) zodat de zaak (2013-2014) niet voor (eventuele) samenvoeging werd uitgesteld, en beide zaken niet samen behandeld werden.
De tuchtraad oordeelde dat bij de advocaat de indruk was gewekt dat hij voor het gerechtelijk jaar 2014-2015 “niet vervolgd zou worden”. De tuchtraad verwijst naar het feit dat vroeger de facto vrijstelling was verleend.
De tuchtraad van beroep treedt deze overweging niet bij:
- een eventueel vroeger “gedogen” van een tekort aan punten kan geen rechtsdwaling meebrengen. Het komt een advocaat niet toe om zelf over het verleden te oordelen (Tuchtraad voor advocaten van de Ordes van het rechtsgebied van het hof van beroep te Antwerpen, 29 juni 2016, Ad Rem, 2017, nr. 1, p. 32),
- de advocaat werd voor het verleden wel degelijk vervolgd,
- de stafhouder had voor het jaar 2014-2015 een tuchtonderzoek geopend.
De tuchtraad heeft dan ook ten onrechte gesteld dat de advocaat er redelijkerwijze van mocht uitgaan dat er voor het jaar 2014-2015 geen tuchtrechtelijke vervolging meer ingesteld zou worden, zodat hij diende te worden “vrijgesproken”.
De tuchtraad van beroep stelt integendeel vast dat de tenlastelegging bewezen is.
Gelet op de verwarring die misschien in hoofde van de advocaat was ontstaan naar aanleiding van de kennisgeving van het tuchtonderzoek (TAA/SA/0269/2016) en de behandeling van de zaak (TAA/SA/0226/2015) schort de tuchtraad van beroep de uitspraak op voor een periode van 3 jaar.
Lees ook deze beslissing