- Derdengelden / derdenrekening
- Nalatigheid als gerechtelijk mandataris
- Permanente vorming
- Medewerking stafhouder / balie
- Schorsing
Aan de advocaat waren volgende feiten (samengevat) ten laste gelegd, die allen door de tuchtraad bewezen werden verklaard:
- Herhaalde cash geld afhalingen van de derdenrekening,
- Het bewijs van een bankkaart op de derdenrekening,
- Het gebruik van de derdenrekening als zichtrekening voor de advocaat zelf.
- Cash geld afhalingen van de rekening van de persoon waarvan de advocaat de voorlopige bewindvoerder was, zonder mededeling,
- Sedert het gerechtelijk jaar 2014-2015 geen permanente vorming te volgen (inbreuk op art. 11.3 Codex Deontologie voor advocaten),
- Niet beantwoorden van de brief van de stafhouder d.d. 4 maart 2015.
Betreffende het verzoekschrift tot heropening van de debatten stelt de tuchtraad van beroep vast dat het in bijlage van het verzoekschrift aangevoerde stuk, zelfs indien het ‘nieuw’ zou zijn in de zin van artikel 772 van het Gerechtelijk Wetboek, geen stuk uitmaakt van overwegend belang voor de te nemen beslissing in de voorliggende zaak.
De feiten, ten laste gelegd van de advocaat, worden door hem als dusdanig niet betwist.
Hij ontkent alleen dat hij gelden van een pupil (nl. de heer X) heeft verduisterd.
De advocaat heeft, als bewindvoerder, herhaaldelijk gelden in cash van de rekening heeft afgehaald, zonder mededeling van de bestemming.
Hierover door de stafhouder op 2 maart 2016 ondervraagd, heeft de advocaat verklaard: “ 3. In verband met gelden die werden afgehaald van een rekening van de bewindvoering van de heer X deel ik u mede dat die gelden soms werden afgehaald in het bijzijn van de pupil”.
Zelfs indien de advocaat geen gelden ten voordele van zichzelf heeft aangewend, blijft dat hij de rekening van de heer X niet behoorlijk heeft beheerd, vermits iedere bewijswaardige verantwoording over dit beheer ontbreekt. Aldus ontstaat een vermoeden in zijn nadeel, dat hij niet kan weerleggen.
De advocaat vraagt om de schorsing teniet te doen.
Bij de behandeling van de zaak op de zitting van de tuchtraad van beroep van 9 mei 2017 heeft hij een attest neergelegd, uitgaande van een psychiater. Hieruit blijkt dat de advocaat met psychische problemen kampt. Hij argumenteert dat de feiten in deze context gesitueerd moeten worden.
De feiten, ten laste van de advocaat gelegd, zijn onbetwistbaar zeer ernstig. Het misbruik maken van de derdenrekening, en het ontbreken van iedere boekhoudkundige duidelijkheid bij het beheer van de rekening van een persoon waarvan men de bewindvoerder is, zijn onaanvaardbaar. Het volgen van permanente vorming en het onmiddellijk beantwoorden van een brief van de stafhouder zijn elementaire deontologische plichten. Deze werden eveneens niet nagekomen.
Daarom bevestigt de tuchtraad van beroep de uitspraak van 14 februari 2017, zij het dat de uitgesproken schorsing van één jaar voor een gedeelte van 3 maanden zal gelden met een uitstel voor een periode van 3 jaar.
De tuchtraad van beroep drukt daarbij de verwachting uit dat de advocaat thans met deskundige bijstand aan zijn toestand, die blijkens zijn eigen verklaring reeds lange tijd bestaat, tracht te verhelpen. Dit is absoluut noodzakelijk indien de advocaat opnieuw naar behoren als advocaat wenst te functioneren.
Lees ook deze beslissingen:
TAG-382: Beslissing 21 september 2016
Derdengelden / derdenrekening
Nalatigheid als gerechtelijk mandataris
Medewerking stafhouder / balie
Permanente vorming
Schorsing
TB-0163-2016: Beslissing 14 februari 2017
Derdengelden / derdenrekening
Nalatigheid als gerechtelijk mandataris
Permanente vorming
Medewerking stafhouder / balie
Schorsing