- Hoger beroep niet gemotiveerd
- Hoger beroep deels zonder voorwerp en deels gegrond
- Bevestiging bestreden beslissing m.b.t. schorsing 15 dagen
- Bestreden beslissing teniet m.b.t. toepassing art. 460 Ger. W. schrapping na 2e schorsing
- Voorwaarden toepassing art. 460 Ger. W.
- Vrije appreciatie rechter
- Verstek
- Schorsing 15 dagen
Het hoger beroep van de advocaat is tijdig en regelmatig naar de vorm ingesteld en dus ontvankelijk. Doch het hoger beroep is zonder voorwerp in zoverre de advocaat in de bestreden beslissing werd vrijgesproken van de tenlasteleggingen 1 en 3.
M.b.t. tenlastelegging 2 werd een zeer nauwkeurige analyse gemaakt van de feiten en liet de tuchtraad zelfs een bijkomend onderzoek uitvoeren. Het staat vast en het kan niet ernstig worden betwist dat de advocaat op 13 februari 2014 om 11.25u ter griffie van het hof van beroep te Gent een conclusie bestaande uit 12 bladzijden en een inventaris heeft neergelegd. Hiervan had de tegenstrever geen kennis. De zaak werd op dezelfde dag behandeld. De tegenstrever was aanwezig. Bij deze behandeling bleef de advocaat afwezig. De beweringen van de advocaat in dit verband zijn in strijd met de waarheid.
De tuchtraad legde voor deze tenlastelegging een schorsing van 15 dagen op. Tegen de aangevochten beslissing voert de advocaat geen enkel argument aan, haar verzoekschrift in hoger beroep is niet gemotiveerd en op de zitting voor de tuchtraad van beroep liet zij verstek.
De opgelegde sanctie van schorsing van 15 dagen is gepast nu de advocaat door haar handelswijze de belangen van haar cliënte schromelijk heeft verwaarloosd zoals de tuchtraad reeds vaststelde en ze heeft tevens onconfraterneel gehandeld door conclusies neer te leggen zonder haar tegenstrever hiervan in kennis te stellen.
De advocaat werd bij beslissing van 10 december 2014 initieel geschorst voor een termijn van acht dagen, sanctie die in hoger beroep werd verhoogd tot één maand. Ook hier betrof het feiten van verwaarlozing van de belangen van de cliënt. Op datum van de feiten die het voorwerp vormen van deze zaak (13 februari 2014) was er evenwel nog geen tuchtsanctie opgelegd. De toepassing van art. 460 Ger.W. wordt geheel ter vrije appreciatie gelaten van de tuchtrechter. De schrapping die in de bestreden beslissing wordt uitgesproken met toepassing van art. 460, eerste lid, tweede zin Ger.W. komt in casu, gelet op het hier bovenstaande, voor als onevenredig. De tuchtraad van beroep bevestigt dan ook de bestreden beslissing behoudens in zoverre met toepassing van artikel 460 van het Gerechtelijk Wetboek de schrapping werd uitgesproken.
Lees ook deze beslissing
tTAG-350: Beslissing 15 juni 2016mplate
Nalatigheid bij behandeling dossier / verwaarlozing belangen cliënt
Gedeeltelijke vrijspraak
Schrapping na schorsing