- Uitstel
- Als op tegenspraak
- Art. 804 Ger. W.
- Belangenbehartiging cliënt
- Verstek laten
- Neerleggen conclusies en stukken zonder kennisgeving
- Niet aanbieden op verhoor
- Laattijdig verzoek tot uitstel
- Deels vrijspraak
- Deels schorsing 15 dagen
- 2e schorsing
- Art. 460 Ger. W.
- Schrapping
Procedureel
Wachten tot drie kwartier vóór aanvang van de zitting om een uitstel te vragen, zich hierbij beroepende op een doktersattest dat bijna een maand daarvoor reeds van toepassing werd, is niet ernstig, te meer nu ze de woning mocht verlaten én bleek dat ze in staat was om op de vooravond van de zitting een nota van 3 pagina’s te schrijven met haar verweer en 7 nieuwe stavingstukken. Nu de advocaat op een eerdere zitting reeds haar volledige verweer uitgebreid heeft geformuleerd, kunnen haar rechten van verdediging geenszins worden geschonden door het niet verschijnen. Bovendien werd de zaak enkel in voortzetting gezet om de pro-stafhouder toe te laten 2 concrete documenten aan het dossier toe te voegen en was het niet meer de bedoeling om nog mondelinge pleidooien te houden op de uitgestelde zitting. De advocaat had haar dossier met stavingstukken reeds neergelegd. Gelet op die omstandigheden werd het gevraagde uitstel niet toegekend. De tuchtraad nam wel uitdrukkelijk kennis van de brief met de 7 bijlagen die uitdrukkelijk tot de debatten behoren en in het beraad worden opgenomen. De tuchtraad beschouwt de rechtspleging als op tegenspraak, in toepassing van artikel 804, 2e lid Ger. W.
Ten gronde
De advocaat wijt het niet verschijnen op een zitting voor het Hof van Beroep waar een zaak van haar cliënt werd behandeld in haar afwezigheid, aan overmacht door “een blokkering aan de inrit van de parking”. Hier ligt evenwel geen enkel bewijs van voor. Hoewel uit het dossier blijkt dat zeer voorzichtig moet worden omgesprongen met de beweringen van de advocaat, gunt de tuchtraad haar het voordeel van de twijfel.
Op een eerdere zitting van een andere kamer van het Hof van Beroep tussen dezelfde partijen met dezelfde tegenstrever was de advocaat ook afwezig gebleven op de zitting en dit ondanks de voorafgaandelijke vraag van de tegenstrever om zeker stipt op tijd te zijn. In dit geval had de advocaat op diezelfde voormiddag van die zitting ter griffie een conclusie neergelegd, alsook een bundel met stavingstukken, maar met die omstandigheid dat noch het Hof, noch de tegenstrever op de hoogte waren van het bestaan en het neerleggen van deze conclusie. M.b.t. het neerleggen van die conclusie en stukken en m.b.t. de aanwezigheid al dan niet van de advocaat, rijzen onduidelijkheden en tegenstrijdige verklaringen tussen de advocaat en diens tegenstrever. Doch uit nieuw bijgebrachte stukken blijkt onomstotelijk dat de advocaat in strijd met haar expliciete bewering op de zitting wel degelijk een conclusie van 12 pagina’s en een inventaris heeft neergelegd op de griffie van het Hof op diezelfde voormiddag. De tuchtraad moet vaststellen dat haar antwoord op de uitdrukkelijke vraag van de tuchtraad een flagrante leugen is.
De advocaat stelt niet aanwezig te zijn geweest op het tuchtverhoor omdat zij geen kennis had kunnen nemen van de oproeping wegens verblijf in het buitenland tot na de datum van het tuchtverhoor. Hoewel er geen bewijs voorligt van het feit dat ze tot 29.08.2015 in het buitenland is gebleven, doch enkel dat ze op 24.08.2015 haar laatste vakantieadres heeft verlaten, kon ze strikt genomen aanwezig zijn op het geplande verhoor op 25.08.2015, doch ook hier kent de tuchtraad het voordeel van de twijfel toe nu de data zeer dicht bij elkaar liggen en ze in elk geval reeds in het buitenland was toen de uitnodiging voor het tuchtverhoor werd verstuurd.
Voor de tenlasteleggingen 1 en 3 wordt de advocaat vrij gesproken doch voor de 2e tenlastelegging dringt zich, gelet op het tuchtrechtelijk verleden van de advocaat, een schorsing op van 15 dagen doch nu de tuchtraad vast stelt dat dit een 2e schorsing betreft, beslist ze om in toepassing van artikel 460 Ger. W. als tuchtsanctie de schrapping uit te spreken.
Beslissing
Lees ook deze beslissing
TB-0159-2016: Beslissing 14 februari 2017
Nalatigheid bij behandeling dossier / verwaarlozing belangen cliënt
Schorsing