- Strafrechtelijke feiten/veroordeling
- Witwas
- Verjaring
- Schrapping
De advocaat wordt vervolgd wegens een strafrechtelijke veroordeling inzake witwas. Zowel door het Hof van Beroep te Gent als door het Hof van Beroep te Brussel werd de tenlastelegging bewezen verklaard.
De verdediging roept de verjaring van de tuchtvordering, minstens de overschrijding van de redelijke termijn, in. Aangevoerd wordt dat de feiten die het voorwerp maken van huidige tuchtvervolging reeds sedert 2013 aan de stafhouder bekend waren na de bij de advocaat uitgevoerde huiszoeking.
Teneinde de tuchtraad toe te laten te oordelen waarop het destijds in 2013 klaarblijkelijk geopende tuchtonderzoek betrekking had en welk gevolg daaraan werd gegeven, en na te gaan welke de gebeurlijke incidentie daarvan is op huidig tuchtdossier, werden op 16 april 2025 de debatten heropend.
Bij nazicht van de bijkomende stukken is de tuchtraad van oordeel dat het tuchtonderzoek eerst werd geopend naar aanleiding van de kennisname van de strafrechtelijke veroordeling en dat van verjaring of overschrijding van de redelijke termijn geen sprake is.
De tuchtraad wijst er op dat de feiten de integriteit van de advocaat bij rechtszoekenden in het algemeen en bij het cliënteel in het bijzonder, alsook bij de magistratuur en de medewerkers van het gerecht, en daardoor de geloofwaardigheid en de eer van de advocatuur, aantasten.
De tuchtraad legt dan ook de tuchtsanctie van de schrapping van het tableau op.
Tegen deze beslissing werd hoger beroep aangetekend:
TB-0354-2025: Beslissing 14 januari 2026
Strafrechtelijke feiten / veroordeling
Witwas
Verjaring