Ga verder naar de inhoud

TAG-397: Beslissing 19 oktober 2016

Deel dit artikel

  • Art. III.5.3.1 (art. 160) Codex Deontologie
  • Registratie telefoongesprek
  • Aanwenden telefoongesprek zonder kennisgeving
  • Schuldinzicht
  • Verzoek tot opschorting
  • Verhouding feiten en opschorting
  • Blanco tuchtrechtelijk verleden
  • Berisping

Het bewuste telefoongesprek werd door de advocaat gedeeltelijk geregistreerd via haar GSM-toestel. Betrokkene werd voorafgaandelijk geen kennis gegeven van haar intentie om dit te doen of van het feit dat zij dit in werkelijkheid ook heeft gedaan. De advocaat heeft daarna de bewoordingen uitgeprint en laten officialiseren via een proces-verbaal van vaststelling bij een gerechtsdeurwaarder.

Art. III.5.3.1 (huidig art. 160) van de Codex Deontologie bepaalt duidelijk: “Een advocaat mag rechtstreeks noch onrechtstreeks gesprekken, vergaderingen of zittingen (laten) registeren op geluids- of beelddragers, zonder voorafgaande kennisgeving.”

De advocaat bleek deze bepaling niet te kennen, minstens zich hiervan niet bewust te zijn nu ze ondanks het verzet van haar tegenstrever om dat ‘bewijsstuk’ te gebruiken, haar houding bleef rechtvaardigen en aanvankelijk weigerde om het stuk te verwijderen en om haar conclusies aan te passen.

Dergelijke dubieuze praktijken horen hoegenaamd niet thuis in een rechtmatige, correcte en vertrouwenswaardige bewijsvoering in rechte. De niet aanvaardbare houding druist in tegen het basiselement van het rechtmatig vertrouwen dat zowel tegenover de rechtsmachten, de advocaten onderling, maar ook naar de rechtsonderhorige toe in alle omstandigheden moet heersen in een gedegen rechtsorde.

Gelet op de aard van de feiten doch vooral ook het feit dat de advocaat reeds eerder (een tiental jaren geleden) met dezelfde problematiek werd geconfronteerd toen zij eveneens dergelijke handelswijze had toegepast in een procedure, had haar op zijn minst moeten doen inzien dat dergelijke handelswijze van een advocaat niet kon worden getolereerd en in geen geval voor herhaling vatbaar was. Dit had haar voor de toekomst tot grote voorzichtigheid moeten aanmanen, blijkbaar tevergeefs. Duidelijk heeft zij hieruit niet het passende gevolg getrokken. Toestaan van de gunst van de opschorting staat dan ook niet in een passende verhouding tot deze onaanvaardbare handelswijze.

De tuchtraad houdt er rekening mee dat de advocaat na enig aandringen haar verkeerde houding wel heeft ingezien en dan toch het bewuste proces-verbaal uit haar stukkenbundel heeft verwijderd en de gewraakte passage in haar conclusies heeft gesupprimeerd. Tevens heeft ze een blanco tuchtrechtelijk verleden. De tuchtraad legt de sanctie van de berisping op en verwacht dat de advocaat zich in de toekomst van dergelijke praktijken zal onthouden.

Lees ook deze beslissing

Rechter
Tuchtdatabank

TB-0166-2016: Beslissing 14 maart 2017

Onwaardig gedrag
Berisping

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen