- Art. 471 Ger. W.
- Optreden tijdens schorsingsperiode
- Verstek
- Schorsing 6 maanden
- Art. 460, 2e lid Ger. W.
- Schrapping
In strijd met artikel 471 Ger. W. heeft de advocaat tijdens haar schorsingsperiode van 1 maand toch daden gesteld als advocaat door op te treden voor de politierechtbank en de correctionele rechtbank en door correspondentie te voeren m.b.t. cliënten met een gerechtsdeurwaarder en een confrater. Deze feiten zijn laakbaar.
Het negeren van een in kracht van gewijsde getreden tuchtbeslissing waarbij een schorsing werd opgelegd, getuigt bij uitstek van een minachting voor de regels van de deontologie. Het optreden van een geschorste advocaat brengt bovendien de belangen van de rechtsonderhorigen in het gedrang, aangezien een geschorste advocaat ook geen daden als advocaat kan stellen.
De tuchtraad acht een schorsing van 6 maanden een aangewezen sanctie voor de bewezen verklaarde tenlastelegging en maakt bovendien toepassing van artikel 460, 2° lid Ger. W. nu het een tweede schorsing uitmaakt. In toepassing van art. 460, 2e lid Ger. W. spreekt de tuchtraad als sanctie de schrapping uit.
Beslissing
Lees ook deze beslissing