- Briefwisseling
- Niet naleven injunctie stafhouder
- Onwaardig gedrag
- Schorsing met uitstel
De advocaat wordt veroordeeld wegens het behartigen van zijn eigen belangen op een wijze die in strijd is met de kiesheid en waardigheid, versturen van diverse brieven met denigrerende en ongepaste formuleringen, negeren van het injunctierecht van de stafhouder en afleggen van een leugenachtige verklaring ten opzichte van de stafhouder.
De tuchtraad acht de ten laste gelegde feiten bewezen.
Bij de bepaling van de op te leggen sanctie houdt de tuchtraad rekening met het gunstig tuchtrechtelijk verleden van de advocaat en de emotionele toestand waarin hij klaarblijkelijk verkeerde ten gevolge van de breuk met zijn echtgenote, die een duidelijke weerslag had op zijn persoonlijk en professioneel functioneren.
De tuchtraad is van oordeel dat een schorsing van 14 dagen met uitstel gedurende een proeftijd van 3 jaar een verantwoorde bestraffing is voor de voormelde feiten.