- Niet (tijdig) overmaken dossiers aan opvolgers
- Niet (tijdig) beantwoorden brieven
- Niet tijdig opvolgen instructies stafhouder
- Gebrekkig informeren van cliënten
- Onbereikbaar voor cliënten
- Niet naleven rapporteringsverplichting derdengelden
- Geen uitleg aan stafhouder
- Persoonlijk aanwenden derdenrekening
- Eerdere veroordelingen
- Schorsing 1 jaar waarvan 1 maand effectief en overige periode met uitstel gedurende 3 jaar
- Veroordeling tot de kosten
- Hoger beroep schorst tenuitvoerlegging
Het grootste deel van de beweerde inbreuken zijn zonder enige mogelijke betwisting bewezen. Voor enkele inbreuken kan de lichtste twijfel nog in het voordeel van de advocaat worden geïnterpreteerd doch voor het overige staan de lastens hem weerhouden inbreuken onomstotelijk vast, ook al werd voor een aantal dossiers door de advocaat uiteindelijk nog gedaan wat hij onmiddellijk had moeten doen maar waar eerst de tussenkomst van de stafhouder, klacht van cliënt of advocaat, dagvaarding door gerechtsdeurwaarder of vonnis door de rechtbank nodig is gebleken.
De tuchtraad hecht er groot belang aan dat de advocaat voorwerp is geweest van tal van voorgaande tuchtbeslissingen waarbij hem telkens een laatste kans werd gegeven om zonder effectieve schorsing zijn beroep als advocaat verder te kunnen uitoefenen, op uitdrukkelijke voorwaarde evenwel dat de inspanning om zulks te doen op een correcte en stipte wijze zou gebeuren op gevaar om in negatief geval de hem bij de opeenvolgende beschikkingen verleende goodwill in een strenge sanctie omgevormd te zien bij een eventueel nieuw in gebreke blijven.
Het komt de tuchtraad dan ook bijzonder zwaarwichtig voor dat na deze herhaalde waarschuwing “dat bij een volgende inbreuk geen mildheid meer zal worden betoond” de advocaat met deze wetenschap toch zijn vroegere foutieve gedragingen herneemt en zonder beterschap verderzet in 2014, 2015 en 2016.
Bovendien neemt hij ter zitting een houding aan waarbij hij de hem ten laste gelegde feiten minimaliseert, terwijl hij juist de ernst van de feiten zou moeten inzien gelet op wat reeds vroeger door de tuchtraad werd beslist. Thans worden opnieuw beloftes gedaan die in het verleden ook al werden gedaan doch die zeker niet tot een verbetering hebben geleid.
De aard van de tenlasteleggingen, hun aantal en de tuchtrechtelijke voorgaanden vormen een onafwendbaar argument om wel degelijk tot een effectieve schorsing te moeten besluiten. Om bovendien minstens voor de volgende drie jaar van zijn professionele activiteiten hem te dwingen opnieuw aandacht te geven voor het stipt navolgen van de deontologische regels, is het bovendien nodig een ruime schorsing met uitstel uit te spreken zodat het op initiatief van de stafhouder of de voorzitter van de tuchtraad mogelijk is bij hernieuwd afglijden naar de vroegere toestand de advocaat voor een langduriger periode effectief te schorsen. Gelet op de antecedenten diende de advocaat zich extra in te spannen om aan de deontologische verplichtingen te voldoen in plaats van veelvuldig en langdurig te vervallen in de vroegere nalatige houding. Bij de bepaling van de strafmaat dient derhalve rekening gehouden met de eerder uitgesproken sancties die ondanks het waarschuwende karakter ervan en de inherente aansporing tot het hernemen van de correcte uitoefening van het beroep niet tot dit resultaat hebben geleid.
Gezien deze beslissing uitwerking heeft op de beroepsactiviteit van de advocaat en gezien een cassatieberoep in beginsel wel schorsend is (zie art. 1121/5, 3° Ger. W.) past het te zeggen dat een eventueel hoger beroep tegen deze beslissing de tenuitvoerlegging ervan zal schorsen.
De tuchtraad verklaart de tenlasteleggingen bewezen met uitzondering van enkele en spreekt voor de bewezen tenlasteleggingen de tuchtstraf van schorsing uit voor een periode van één jaar waarvan één maand effectief en de overige periode met uitstel voor een termijn van drie jaar. De tuchtraad veroordeelt de advocaat tevens tot de kosten en zegt voor recht dat een eventueel hoger beroep tegen deze beslissing de tenuitvoerlegging ervan zal schorsen.
Lees ook deze beslissing
TB-0164-2016: Beslissing 14 maart 2017
Gebrekkige communicatie cliënt
Opvolging
Briefwisseling
Medewerking stafhouder / balie
Schorsing met uitstel