Deontologie
Na je eedaflegging ben je als advocaat onderworpen aan duidelijk omschreven en strenge deontologische regels.
Deze regels gaan over zeer uiteenlopende aspecten van de beroepsuitoefening, waaronder de essentiële beroepsplichten, zoals het eerbiedigen van het beroepsgeheim, de plicht van onafhankelijkheid en partijdigheid, de verplichte beroepsopleiding en permanente vorming, de omgang met cliënten, magistraten en derden, evenals de mogelijke vormen van samenwerking.
Deze beroepsregels zijn opgenomen in reglementen die worden voorbereid door de bevoegde commissies en, na een eventueel advies van de Cel Evenredigheid, door de algemene vergadering van de OVB worden besproken en goedgekeurd.
Sinds 1 januari 2015 zijn alle OVB-reglementen gebundeld in de Codex Deontologie voor Advocaten.
Aanvullende reglementen
Naast de Codex zijn er ook lokale, aanvullende reglementen. Deze kunnen worden geraadpleegd bij de balie waarbij je bent ingeschreven.
De stafhouder, als hoofd van de Orde, ziet toe op de naleving van deze deontologische regels en reglementen. Krachtens artikel 455 van het Gerechtelijk wetboek heeft de raad van de Orde “de opdracht om de eer van de Orde van advocaten op te houden en de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen en een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen, te handhaven”.
Wanneer een advocaat deontologische regels schendt, kan een tuchtprocedure worden opgestart. Dat kan naar aanleiding van een (formele) klacht van een cliënt of een derde, na een melding van het Openbaar Ministerie, of ambtshalve door de stafhouder zelf.
De stafhouder, of een door hem aangewezen onderzoeker, onderzoekt vervolgens de feiten en kan de advocaat, indien daartoe aanleiding bestaat, doorverwijzen naar de tuchtraad.
In Vlaanderen zijn er drie tuchtraden, gevestigd in Antwerpen, Gent en Brussel. Zij oordelen over tuchtzaken en kunnen, indien zij een inbreuk vaststellen, een tuchtsanctie opleggen. Tegen hun beslissing kan beroep worden ingesteld bij de Nederlandstalige tuchtraad van beroep.
Ten Gronde – F*Q Deontologie
Wie dieper wil graven in de ethiek van het beroep, kan luisteren naar een boeiende aflevering van de podcast Ten Gronde.
Bestuurder deontologie Jan Meerts gaat in gesprek met mr. Eva Raepsaet, stafhouder Luk Delbrouck en vice-stafhouder Frank Judo over de grenzen van het beroep.
Hoe verandert de deontologie in een moderne praktijkomgeving? Wat mag een advocaat vandaag nog naast zijn kernactiviteiten doen? En hoe ver reikt de vrijheid om het eigen ereloon te bepalen?
Witwaspreventie
Houden je beroepswerkzaamheden als advocaat verband met de aan- en verkoop van onroerend goed? Sta je cliënten bij in het beheer van hun financiële activa en rekeningen? Verleen je bijstand bij de oprichting, de exploitatie of het beheer van vennootschappen? Of treed je namens je cliënten op bij financiële verrichtingen of verrichtingen in verband met onroerend goed? Welnu, in die gevallen val je onder het toepassingsgebied van witwaspreventiewet (de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, kortweg de WPW), en ben je gebonden door haar verplichtingen inzake kantoororganisatie, client due diligence en het melden van vermoedelijke witwasoperaties aan je stafhouder.
Het is aangewezen dat je je vertrouwd maakt met de witwaspreventieverplichtingen, zelfs al verricht je als advocaat die specifieke beroepswerkzaamheden (nog) niet. Dan ben je voorbereid als je zulke werkzaamheden morgen plots wel uitoefent en je die verplichtingen moet naleven. Voor een overzicht van je verplichtingen kan je terecht in het handboek deontologie voor de advocaat-stagiair.
Daarnaast mag je als advocaat – ongeacht je beroepswerkzaamheden – geen cashbetalingen van meer dan € 3000 ontvangen voor een verrichting of een geheel aan verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan.
Op onze website vind je de belangrijkste informatie terug over witwaspreventie. Daar tref je de relevante regelgeving aan, zoals de WPW, en afdeling III.1.2. van de Codex Deontologie voor Advocaten, waarin de WPW concreet wordt vertaald naar de advocatuur (o.a. de meldings- en informatieverplichtingen, en de maatregelen van interne organisatie). Je vindt er ook een procedurehandboek en verwijzingen naar andere nuttige documenten en modellen, die je helpen te voldoen aan je witwaspreventieverplichtingen.
Informatieverplichtingen
Als advocaat ben je gebonden aan informatieplichten. Op advocaten rusten er tal van informatieverplichtingen. Het advocatencahier deontologie – nr. 6 2017 – De informatieplichten van de advocaat (opgelet, het dateert uit 2017) biedt je alvast een goed overzicht van de omvang van die verplichtingen. Recent hebben we een aantal modelformulieren geactualiseerd die je als advocaat kan gebruiken om te voldoen aan je informatieverplichtingen (onder meer op het vlak van het WER, de WPW en de GDPR-regelgeving) ten aanzien van cliënt-consumenten en cliënt-niet-consumenten. Ook in het handboek deontologie voor de advocaat-stagiair vind je meer informatie terug.