Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur Ver­haal­baar­heid erelonen

Het Grondwettelijk Hof heeft op 24 juli 2009 uitspraak gedaan inzake twee prejudiciële vragen over de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Arrest 129/2009 (1) betreft de prejudiciële vraag over artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat, gesteld door de politierechtbank te Turnhout.

Meer in het bijzonder werd de vraag gesteld of de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding aan een burgerlijke partij ten laste van een verzekeraar/vrijwillig tussenkomende partij in een strafproces strijdig is of zou zijn met artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, terwijl in een burgerlijke procedure de vrijwillig tussenkomende partij wel kan veroordeeld worden tot betaling aan de eiser/schadelijder van een rechtsplegingsvergoeding.

De prejudiciële vraag wordt door het Hof ontkennend beantwoord.

Het ging hier om een vonnis waarbij de verwijzende rechter de beklaagde en diens verzekeraar, vrijwillig tussenkomende partij, in solidum heeft veroordeeld tot het vergoeden van de burgerlijke partij. 
Het onderzoek beperkt zich dan ook tot de in solidum veroordeling en doet het Hof besluiten dat wanneer de beklaagde en de vrijwillig tussenkomende verzekeraar in solidum zijn veroordeeld, de politierechtbank die zitting houdt in strafzaken met toepassing van artikel 89, § 5, van de wet van 25 juni 1992, een rechtsplegingsvergoeding ten laste van de aansprakelijke persoon en zijn verzekeraar kan toekennen aan de benadeelde, voor zover zij van oordeel is dat zij aan die partij een dergelijke vergoeding zou toekennen ten laste van de aansprakelijke persoon en zijn verzekeraar in solidum, wanneer zij zitting houdt in burgerlijke zaken.

Arrest 133/2009 (2) behandelt de prejudiciële vragen over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat, gesteld door de arbeidsrechtbank te Nijvel.

Het Hof vergelijkt hierbij de categorie van de rechtzoekenden die voor de arbeidsrechtbank een procedure hebben ingesteld vóór de bekendmaking van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding en de categorie van rechtzoekenden die een soortgelijke procedure hebben ingesteld na de bekendmaking van dat K.B.

Het Hof verwijst naar haar eerdere arresten van 18 december 2008 (182/2008) en 12 februari 2009 (21/2009) en wijst erop dat de wetgever de verhaalbaarheid heeft omlijnd en dat de rechter op verzoek van de partijen de rechtsplegingsvergoeding kan verminderen, met name wanneer hij van oordeel is dat de situatie ‘kennelijk onredelijk’ is. Hiermee rekening houdend heeft de onmiddellijke toepassing van de in het geding zijnde wetgeving geen onevenredige gevolgen voor de partijen die op het ogenblik van de inwerkingtreding ervan bij gerechtelijke procedures betrokken zijn.

Het Hof zegt dan ook voor recht dat er geen schending is.

Ook interessant

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen