Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur Begroting ad­vo­ca­te­ne­re­lo­nen

In het kader van de marginale toetsing beoordeelde het hof van beroep te Brussel in zijn arrest van 11 juni 2012 een kosten- en ereloonstaat van een advocaat.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Rolnummer: onbekend

Het hof stelde vast dat noch het juiste voorwerp van de prestaties, noch de bepaling van het ereloon vooraf schriftelijk werd afgesproken. Evenmin werden eenheidsprijzen bepaald. Nadat het hof voorafgaand oordeelde dat de overeenkomst tussen een advocaat en een cliënt een aannemingsovereenkomst is, overwoog het dat partijen aldus een “aanneming in vrije rekening” hebben gesloten waarbij de aannemer de prijs te goeder trouw moet bepalen.

Bij aanneming kan de prijsbepaling nadien gebeuren bij wijze van partijbeslissing, dit wil zeggen wanneer aan één van de partijen in de overeenkomst de bevoegdheid wordt verleend om de inhoud van de rechten en plichten van de wederpartij nader te bepalen. De rechter heeft hier een marginaal toetsingsrecht.

De advocaat dient bij een partijbeslissing een passende en verantwoorde prijs te becijferen. Hiervoor verwijst het hof naar de criteria zoals bepaald in artikel 446ter Ger. W. Zo moet de advocaat zijn ereloon begroten “met de bescheidenheid die van zijn functie moet worden verwacht”. Tevens moet het ereloon met een “billijke gematigdheid” worden vastgesteld en kan het aanleiding geven tot vermindering met inachtneming van onder meer de belangrijkheid van de zaak en de aard van het werk. Daarnaast moet de advocaat bij het vaststellen van de prijs te goeder trouw handelen, met inachtneming van wat gebruikelijk en billijk is (artikel 1134-1135 BW).

Bij de begroting van het ereloon kan de advocaat rekening houden met onder meer de volgende criteria:

  • het spoedeisend karakter van het dossier;
  • de moeilijkheidsgraad van het dossier;
  • het resultaat;
  • de ervaring van de advocaat;
  • de onderlegdheid van de advocaat in de behandelde materie;
  • de bestede tijd;
  • de financiële draagkracht van de cliënt.

Bij een “aanneming in vrije rekening” komt het de advocaat toe om een passend en verantwoord ereloon te “becijferen”. Deze becijfering, die bestaat in het verschaffen van de elementen die hebben geleid tot de uiteindelijke prijsvorming, is vereist opdat de cliënt zijn controlerecht op een redelijke wijze kan uitoefenen.

Het is gebruikelijk bij een “aanneming in vrije rekening” van kleinere opdrachten dat de aannemer, kort na het beëindigen van de werken, een afrekening opstelt ter controle door de opdrachtgever. Bij grotere opdrachten moet deze afrekening plaatsvinden op regelmatige tijdstippen.

Verder wijst het hof op de mogelijkheid van de raad van de Orde, van een scheidsgerecht of van het gerecht om het ereloon te verminderen. De rechterlijke toetsing is marginaal, wat betekent dat de rechter het ereloon slechts kan verminderen wanneer de rekening klaarblijkelijk overdreven is of wanneer de afrekening een abnormale prijs oplevert.

Tot slot wijst het hof op de deontologische plicht van de advocaat om zijn cliënt de nodige informatie te verschaffen over de wijze waarop de kosten en het ereloon zullen worden berekend. Voor zover als nuttig verwijst het hof hier ook naar de wet van 2 augustus 2002 betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen.

Na al deze juridische overwegingen ging het hof over tot een concrete toetsing en besloot het dat het ereloon in casu in billijkheid diende herleid te worden.

Ook interessant

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen