Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies

781 aantal items zijn gevonden. U vindt hier 781 items op pagina 11 van de 66.
maandag 27 april 2020

Advies 665

De advocaat moet zijn beroep op deskundige wijze uitoefenen met eerbiediging van zijn kern- en integriteitswaarden. Het niet nakomen van de plicht tot toewijding en diligentie kan een deontologische inbreuk uitmaken en een tuchtrechtelijk onderzoek verantwoorden. De stafhouder dient dit soeverein geval per geval te beoordelen. Vastgelegde parameters of criteria zijn hiervoor niet voorhanden. Juridische fouten of vergissingen hoeven niet noodzakelijk tuchtrechtelijk verwijtbaar te zijn Het niet overmaken van het dossier aan de opvolger, het niet informeren van de cliënt, het niet uitvoeren van een procedurele handeling, … zijn wel gronden voor een (zware) tuchtrechtelijke veroordeling.

Meer lezen
donderdag 23 april 2020

Advies 664

Wanneer de advocaat voldoende garanties biedt om geen tegenstrijdige belangen te behartigen, zijn onafhankelijkheid en zijn beroepsgeheim te vrijwaren, lijkt er – mits het naleven van bepaalde voorwaarden - geen beletsel te zijn om naast zijn advocatenberoep tevens de functie van (bedrijfs)jurist uit te oefenen.

Meer lezen
donderdag 16 april 2020

Advies 663

Er lijkt geen bezwaar te bestaan om het beroep van advocaat met de functie van directeur-coördinator in loondienst van een vzw te cumuleren, mits strikte scheiding van beide activiteiten en het naleven van de kernwaarden (beroepsgeheim, onafhankelijkheid, vermijden van belangenconflicten), waaraan bepaalde voorwaarden worden gekoppeld. Het feit dat de advocaat in de directiefunctie onder gezag, leiding en toezicht van een werkgever staat is voor de beoordeling van de naleving van de kernwaarden van de advocatuur niet zo zeer van belang. Wanneer de kernwaarden van de advocatuur de betrokkene zouden verhinderen op te treden als advocaat, geldt dit bij uitbreiding ook voor zijn kantoorgenoten.

Meer lezen
donderdag 02 april 2020

Advies 662

Een cliënt verhuist naar het buitenland en wil een referentieadres bij zijn advocaat om zijn uitkering te kunnen behouden. Hoewel op grond van een wet en een KB de cliënt niet in aanmerking komt om een referentieadres te nemen, kan de advocaat absoluut niet meewerken aan een omzeiling van de voorwaarden voor het bekomen van een uitkering of tegemoetkoming door op zijn adres de post van de betrokkene te laten toekomen (mocht een van de toekenningsvoorwaarden voor de uitkering het hebben van een officiële woonplaats in België zijn).

Meer lezen
maandag 30 maart 2020

Advies 667

Er bestaat geen absoluut verbod om op te treden tegen een vroegere cliënt. Voor elke zaak moet in concreto worden nagegaan of dit optreden een (potentiële) schending van het beroepsgeheim met zich meebrengt en of de advocaat volledig onafhankelijk kan optreden zonder dat er sprake is van tegenstrijdige belangen. Als partijdige raadsman dient de advocaat de belangen van zijn cliënt maximaal te behartigen. Wanneer een advocaat in de ene zaak optreedt voor een bepaalde persoon of vennootschap en in een andere zaak tegen die persoon/vennootschap, bestaat het gevaar dat hij - omwille van de vroegere vertrouwensrelatie - in de nieuwe zaak niet voluit gaat en derhalve onvoldoende onafhankelijk zal zijn om de belangen van zijn nieuwe cliënt optimaal te verdedigen of dat hij bij het behartigen van de nieuwe zaak het beroepsgeheim schendt omdat hij vertrouwelijke informatie kan gebruiken die hij heeft verworven in zijn vroegere cliëntrelatie.

Meer lezen
dinsdag 03 maart 2020

Advies 661

De advocaat mag de bewering van zijn cliënt die ingaat tegen een rechterlijke beslissing poneren in een conclusie wanneer de verdediging van de cliënt dit vereist. De advocaat is de woordvoerder van zijn cliënt. Hij moet wel waken over zijn onafhankelijkheid ten aanzien van de cliënt.

Het behoort tot bevoegdheid van de rechter en niet van de stafhouder om de aangevoerde stellingen en voorgelegde stukken te beoordelen.

Meer lezen
vrijdag 21 februari 2020

Advies 660

Met de ‘betrokken advocaten’ bedoelt artikel 107 van de Codex alle advocaten die in een zaak betrokken zijn en niet alleen de advocaat van de partij tegen wie hoger beroep wordt ingesteld.

De loyaliteit gebiedt een advocaat alles in het werk te stellen om de nadelige gevolgen van zijn ondeontologisch handelen zoveel mogelijk teniet te doen. De advocaat die artikel 107 van de Codex heeft miskend kan de nadelige gevolgen niet meer rechtzetten. De benadeelde partij kan wel een aansprakelijkheidsvordering instellen ten aanzien van de advocaat.

Een deontologische inbreuk kan geen ingreep door de stafhouder in een definitieve rechterlijke beslissing rechtvaardigen.

Meer lezen
donderdag 23 januari 2020

Advies 658

Een advocaat die een schuld wil invorderen ten aanzien van een confrater via de IOS-procedure dient dit vooraf te melden aan de stafhouder (artikel 109 van de Codex). De stafhouder moet op de hoogte zijn van de procedures waarin een advocaat van zijn balie betrokken is. Bovendien sluit het opteren voor de IOS-procedure een procedure voor de rechtbank niet helemaal uit.


Meer lezen
donderdag 23 januari 2020

Advies 659

Een advocaat mag een gewone commanditaire vennootschap oprichten voor de uitoefening van het advocatenberoep, op voorwaarde dat alle aandelen – ook die van de stille vennoot – in handen zijn van een advocaat.

Meer lezen
vrijdag 17 januari 2020

Advies 657

Artikel 223 van de Codex - een consumentengeschil omvat niet uitsluitend ereloongeschillen tussen de cliënt-consument en de advocaat, maar bijvoorbeeld ook geschillen waarin de aansprakelijkheid van de advocaat in het gedrang is. Het inlichten van de verzekeraar (en de stafhouder) is niet beperkt tot de zaken waarin een beroep wordt gedaan op de Ombudsdienst Consumenten Advocaten (OCA).

Een advocaat die zijn ereloon wil invorderen lastens een cliënt-consument, moet zijn stafhouder hierover informeren; een voorafgaande toelating van de stafhouder om te dagvaarden is niet vereist.

Meer lezen
donderdag 16 januari 2020

Advies 656

Optreden tegen een vroegere cliënt van een vennoot. De artikelen 9, § 2 (tegenstrijdige belangen) en 21 (beroepsgeheim) van de Codex breiden de respectieve regels en verboden uit tot de leden van de groepering of associatie. Als de vennoot van de betrokken advocaat (niet) zou mogen optreden voor de nieuwe cliënt tegen zijn voormalige cliënt, mag de betrokken advocaat dat ook (niet).

Er bestaat geen absoluut verbod om op te treden tegen een vroegere cliënt. Voor elke zaak moet in concreto worden nagegaan of dit optreden een (potentiële) schending van het beroepsgeheim met zich meebrengt en of de advocaat volledig onafhankelijk kan optreden zonder dat er sprake is van tegenstrijdige belangen. Als partijdige raadsman dient de advocaat de belangen van zijn cliënt maximaal te behartigen. Wanneer een advocaat in de ene zaak optreedt voor een bepaalde persoon en in een andere zaak tegen deze persoon, bestaat het gevaar dat hij - omwille van de vroegere vertrouwensrelatie - in de nieuwe zaak niet voluit gaat en derhalve onvoldoende onafhankelijk zal zijn om de belangen van zijn nieuwe cliënt optimaal te verdedigen.

Meer lezen
maandag 16 december 2019

Advies 655

Er is geen beletsel voor de oprichting van een BV voor uitsluitend syndicusactiviteiten, ook al wordt in Hoofdstuk IV.2 ‘Syndicus’ van de Codex niet gealludeerd op de mogelijkheid om die activiteit in een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid uit te oefenen.

Meer lezen