Deontologie-advies Advies 730
Volgens artikel 131, lid 1 van de Codex mag een derden of -rubriekrekening de vorm aannemen van een termijnrekening als de gelden bestemd zijn om gedurende een specifieke termijn te worden bewaard. Dit is niet in strijd met het verbod op het voeren van bankactiviteiten in artikel 11bis, lid 5, ii) van de Codex.
Auteur
Merve Köse
Auteur
Dominique Dombret
Vraag
Een advocaat vraagt u of hij de derdengelden van zijn cliënten, met hun instemming, op een termijnrekening mag plaatsen, zodat die zonder bijkomend risico toch een lichte opbrengst kunnen genereren.
In casu hebben de cliënten, allen openbare instellingen, recht op aanzienlijke dwangsommen. Nu een definitieve uitspraak nog jaren op zich zal laten wachten, zal de totaliteit van die dwangsommen weldra ettelijke miljoenen bedragen. De cliënten wensen die dwangsommen om begrotingsmotieven evenwel op de derdenrekening van de advocaat te laten staan. Omdat het hier gaat om publieke middelen, meent de advocaat dat het aangewezen, zo niet verplicht is om die middelen zuinig te beheren en dus minstens een beperkte opbrengst te aanvaarden.
Daarom wenst hij de dwangsommen op een termijnrekening te plaatsen. Hij erkent wel dat de dwangsommen derdengelden blijven en zo moeten worden behandeld.
In een eerste beoordeling van die vraag wees u de advocaat op artikel 446quater, §4 Ger.W., dat stelt dat derdengelden, die om gegronde redenen niet uiterlijk binnen twee maanden na de ontvangst ervan aan de bestemmeling kunnen worden overgemaakt, op een rubriekrekening moeten worden geplaatst.
Deze wettelijke verplichting is ook overgenomen in artikel 134, lid 3 van de Codex.
U vraagt zich af of de rubriekrekening de vorm mag aannemen van een termijnrekening, gelet op artikel 11bis, lid 5, ii) van de Codex Deontologie voor Advocaten, dat stelt dat “het voeren van bankactiviteiten” verboden is. U vraagt zich af of de bijstand van de pupil in een procedure voor de familierechtbank ter vaststelling en begroting van de onderhoudsbijdrage voor de kinderen, kan worden waargenomen door een kantoorgenoot én echtgenoot van de aangestelde advocaat-bewindvoerder.
Ik verleen u volgend advies.
Advies
Volgens artikel 131, lid 1 van de Codex is de derden- of rubriekrekening principieel een zichtrekening, behalve indien de gelden bestemd zijn om gedurende een welbepaalde termijn te worden bewaard.
In dat geval mogen ze op een termijnrekening worden geplaatst is de letterlijke bepaling van voormeld artikel. In tegenstelling tot derdenrekeningen, leveren alleen rubriekrekeningen rente of enig andere opbrengst op in het voordeel van de cliënt.
Het is derhalve duidelijk dat de rubriekrekening in casu de vorm mag aannemen van een termijnrekening. Dit is niet in strijd met het verbod op het voeren van bankactiviteiten in artikel 11bis, lid 5, ii) van de Codex.
Een klein voorbehoud wil ik formuleren omtrent de opportuniteit of legaliteit van het al dan niet opnemen van deze bedragen in de balansen of begrotingen van de openbare besturen, waarover dit advies zich niet uitspreekt.
Jan Meerts
Bestuurder deontologie, tucht en regulering