Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 726

In casu is er geen sprake van een commerciële geestesgesteldheid die niet strookt met de geestesgesteldheid die de beroepsethiek van de advocaat moet beheersen. De rechtsvorm waarbinnen de andere activiteiten worden uitgeoefend is een VZW, wat elke vorm van winstoogmerk uitsluit. Ook de concrete doelstellingen en activiteiten zoals uiteengezet in de statuten verraden geen commerciële ingesteldheid. Voor zover de juridische begeleiding van personen die intekenen op de sociale woningen uitgaat van de advocaten verbonden aan kantoor Y, zullen ze er wel voor moeten waken dat die activiteit strikt gescheiden blijft van hun activiteiten als advocaat, zodat ze dus geen risico op belangenconflicten lopen, en moeten ze hun beroepsgeheim blijven respecteren.

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Vraag

U vraagt zich af of een advocatenvennootschap medeoprichter en bestuurder kan zijn van de VZW X, met als doel om “woningen te realiseren op gemeenschapsgrond tegen betaalbare prijzen én woningen kwalitatief en duurzaam te (ver)bouwen met de focus op kwetsbare groepen.

Ik verleen u het volgende advies.

Advies

Vooreerst wijs ik erop dat artikel 11, lid 3 van de Codex deontologie voor advocaten (CDA) stelt dat de activiteit van de onderneming die niet het beroep van advocaat uitoefent en waarover een advocaat de bevoegdheden van dagelijks bestuur uitoefent of waarin de advocaat uitvoerend bestuurder is of de effectieve leiding uitoefent, onder welke titel ook, wordt gelijkgesteld met een andere activiteit die de advocaat persoonlijk uitoefent.

Bijgevolg moeten ook de activiteiten die advocaten via een aparte vennootschap uitoefenen verenigbaar zijn met het beroep van advocaat.

Volgens artikel 437, lid 1, 3° van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.) is het beroep van advocaat absoluut onverenigbaar met het drijven van handel of nijverheid. De raad van de Orde heeft onder artikel 437, lid 1, 3° Ger.W., in tegenstelling tot de beoordeling of er sprake is van een onverenigbaarheid tussen het beroep van advocaat en specifieke bezoldigde betrekkingen of werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 437, lid 1, 4° Ger.W., geen beoordelingsmarge (Cass. 26 maart 2021, C.19.0350.N.).

Sinds de totstandkoming van het reglement van 19 december 2018 ‘tot wijziging van ‘Afdeling I.2.5 Onverenigbaarheden’ en ‘Deel IV Advocaat treedt op in een andere hoedanigheid’ van de Codex’ (beter bekend als het ‘reglement perimeter’, dat werd goedgekeurd na de Ondernemingswet van 15 april 2018 dat de begrippen ‘handelaar’ en ‘koopman’ verving door ‘onderneming’) werd dit verbod ten onrechte genegeerd, ervan uitgaande dat artikel 437, lid 1, 3° Ger.W. zou worden gewijzigd, of zelfs afgeschaft. Dit is uiteindelijk niet gebeurd.

Gelet op enerzijds artikel 254, tweede lid van de Ondernemingswet van 15 april 2018 (dat de toepassing van wettelijke, reglementaire of deontologische bepalingen die onder verwijzing naar ‘handelaar’, ‘koop-man’ of afgeleide begrippen beperkingen opleggen aan de toegelaten activiteiten van gereglementeerde beroepen, onverlet laat) en anderzijds het openbare orde-karakter van artikel 437, eerste lid, 3° Ger.W., kan niet anders dan de onverenigbaarheid van het beroep van advocaat met het drijven van handel en nijverheid vast te stellen (J. STEVENS, Advocatuur. Regels & deontologie, nr. 535.1 (bijgewerkte versie april 2022).

Dat betekent dat het arrest van het Hof van Cassatie van 14 januari 1993 onverkort van toepassing blijft. Bijgevolg heeft het verbod bedoeld in artikel 437, lid 1, 3° Ger.W. niet alleen betrekking op de handel in de enge zin, maar op alle soortgelijke werkzaamheden die uitlopen op een geestesgesteldheid die niet strookt met de geestesgesteldheid die de beroepsethiek van de advocaat moet beheersen (Cass. 14 januari 1993, Arr.Cass. 1993, 43, Pas. 1993, I, 42, RW 1992-93, 1269).

Clausule 5.4 van de oprichtingsakte van de VZW X stelt dat “de vereniging alle activiteiten kan ontplooien die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van [haar] niet winstgevende doelstellingen, met inbegrip van aanvullende commerciële en winstgevende activiteiten binnen de grenzen van wat wettelijk is toegelaten en waarvan de opbrengsten te allen tijde volledig worden bestemd voor de verwezenlijking van de niet-winstgevende doelstellingen.

De formulering van die clausule is ongelukkig. Niettemin meen ik dat er in dit geval geen sprake is van een commerciële geestesgesteldheid die niet strookt met de geestesgesteldheid die de beroepsethiek van de advocaat moet beheersen. De rechtsvorm is een VZW, wat elke vorm van winstoogmerk uitsluit. Ook de concrete doelstellingen en activiteiten zoals uiteengezet in clausules 5.1 tot en met 5.3 verraden geen commerciële ingesteldheid.

Ik raad daarom aan om clausule 5.4 als volgt te herschrijven:

“De vereniging kan alle activiteiten ontplooien die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde niet-winstgevende doelstellingen, met inbegrip van activiteiten die aanvullende inkomsten genereren binnen de grenzen van wat wettelijk is toegelaten en waarvan de opbrengsten te allen tijde volledig worden bestemd voor de verwezenlijking van de niet-winstgevende doelstellingen.”

Artikel 437, lid 1, 4° Ger.W. stelt ook dat het beroep van advocaat onverenigbaar is met alle bezoldigde betrekkingen of werkzaamheden, openbare of particuliere, tenzij ze noch de onafhankelijkheid van de advocaat, noch de waardigheid van de balie in gevaar brengen.

In het verlengde daarvan bepaalt artikel 11, lid 2 CDA dat de advocaat die een andere activiteit uitoefent, erop moet letten dat die activiteit zijn onafhankelijkheid en beroepsgeheim in de uitoefening van het beroep van advocaat niet schendt en dat hij elk belangenconflict vermijdt. Die activiteit mag in geen geval het publieke vertrouwen in de advocatuur in het gedrang brengen.

In de eerste plaats stel ik vast dat clausule 17.12 bepaalt dat de bestuurders hun mandaat kosteloos uitoefenen, tenzij de algemene vergadering een andersluidende beslissing neemt. De kans bestaat dus dat de bestuurders alsnog voor hun mandaat bezoldigd worden. Artikel 437, lid 1, 4° Ger.W. is bijgevolg van toepassing.

Verder stel ik vast dat clausule 5.1 bepaalt dat de vereniging “(kandidaat-)bewoners in de X-woon-projecten, zowel financieel als juridisch begeleiden en sociaal ondersteunen.” Dat heeft een impact op de onafhankelijkheid van de advocaat.

Voor zover de juridische begeleiding uitgaat van de advocaten verbonden aan kantoor Y, zullen ze ervoor moeten waken dat die activiteit strikt gescheiden blijft van hun activiteiten als advocaat, zodat ze dus geen risico op belangenconflicten lopen, en moeten ze hun beroepsgeheim blijven respecteren.

Jan Meerts

Bestuurder deontologie, tucht en regulering

Ook interessant

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen