Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 55

Pleitmonopolie van de advocaat - Taken die uitsluitend door een advocaat kunnen worden uitgeoefend (i.t.t. zaakwaarnemers en belastingconsulenten - artikel 728 § 2bis Ger. W.) - bijkomende waarborgen geboden door advocaat i.t.t. juridische adviezen - formele samenwerking tussen advocaten en accountants.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Köse

Deel dit artikel

Vraag

Ik sluit aan bij uw fax van 27 september 1999 aan de Vereniging van Vlaamse Balies, waarbij U kopie voegde van uw fax gericht aan de Belgische Nationale Orde van Advocaten, met verzoek de vragen gesteld aan de Nationale Orde te beantwoorden.

Ik kan als volgt in beknopte termen antwoorden op de door U gestelde vragen :

1. Welke zijn de taken die uitsluitend door een advocaat kunnen worden uitgeoefend in België ?

In België beschikken de advocaten over een zogenaamd pleitmonopolie.

Ofschoon bij wet ook aan diverse andere organismen van publieke of private aard voor bepaalde materies rechten werden toegekend om op te treden voor bepaalde categorieën van personen, houdt dit "monopolie" in dat zij alleen gerechtigd zijn voor de rechtbanken van het Rijk op te treden en aldaar cliënten bij te staan en voor hen te pleiten.

Dat betekent dat, met uitsluiting van de beperkte wettelijke uitzonderingen, die hier niet ter sprake komen omdat ze niet de accountants of belastingadviseurs of juridische adviseurs betreffen, de leiding van een procedure en de vertegenwoordiging van de cliënt voor de rechtsmachten niet kan worden overgelaten aan derden die geen advocaat zijn, en welke derden als zaakwaarnemers worden beschouwd.

Artikel 728 § 4 Ger.W. stelt dat zaakwaarnemers niet als gevolmachtigden kunnen optreden voor de Rechtbank.

Het Hof van Justitie te Luxemburg besliste op 12 december 1996 (zaak Reisebüro Broede, zaak C3/95 TRD+I, 1997-02, pag. 80) dat het uitsluiten van zaakwaarnemers van buitenlandse origine voor de nationale rechtsmachten, wanneer ook de zaakwaarnemers van eigen bodem van vertegenwoordiging of optreden in rechte voor derden zijn uitgesloten, niet strijdig is met artikel 59 van het E.G.-verdrag.

Het Hof van Beroep te Brussel besliste (1 oktober 1987, Jur. Liège, 1987, 1453) dat de activiteit van zaakwaarnemers, in zoverre ze bestaat in ingebrekestellingen van debiteurs, opzoeken van solvabiliteitsgegevens, contacten met derden zoals curatoren en gerechtsdeurwaarders, en innen van afbetalingen, verwant is met de activiteiten die een advocaat voor zijn cliënten ontplooit, doch dat deze taken niet gedekt zijn door het monopolie dat de advocaat bezit.

De wettelijke prerogatieven van de advocaten hebben echter in het bijzonder betrekking, zegt dit arrest, op het pleidooi en de vertegenwoordiging in rechte.

Nochtans mengt een zaakwaarnemer zich in de leiding van het proces en de specifieke taken van het beroep van advocaat wanneer hij in de uitoefening van zijn contract een advocaat kiest en hem belast met de procedure, daar deze advocaat aldus een uitvoeringsagent is van de zaakwaarnemer en niet de mandataris van zijn zogenaamde cliënt.

De overeenkomst tussen cliënt en de zaakwaarnemer is derhalve strijdig zegt het Hof met de openbare orde.

Wat betreft de boekhoudkundige en fiscale beroepen, wordt verwezen naar de wet van 22 april 1999 die betrekking heeft op het beroep van accountant en van boekhouder en van diegenen die zich gespecialiseerd hebben als belastingconsulent of fiscalist en die hun titel thans erkend zien als accountant-belastingconsulent of boekhouder-fiscalist, welke titel wordt verleend door het Instituut van Accountants en Belastingconsulenten, waartoe deze personen kunnen toetreden indien zij aan bepaalde kwalificaties van stage en van beroepskennis en diploma's voldoen.

Deze personen hebben niet het recht voor de rechtbank te verschijnen en cliënten te vertegenwoordigen en te pleiten.

Als gevolg van bedoelde wet van 23 maart 1999, artikel 8, is er wel een bijkomende bepaling toegevoegd in het Gerechtelijk Wetboek onder artikel 728, §2bis, luidend als volgt :

Op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige of van zijn advocaat, ingediend bij conclusie, kan de rechter de door de belastingplichtige gekozen accountant, beroepsboekhouder of bedrijfsrevisor horen in zijn schriftelijke of mondelinge toelichting ter terechtzitting. Het oproepen van de accountant, beroepsboekhouder of bedrijfsrevisor staat ter beoordeling van de rechter, die onderzoekt of het opportuun is in deze zaak raad in te winnen over elementen die slechts betrekking kunnen hebben op feiten of op rechtsvragen in verband met de toepassing van het boekhoudrecht.

Onder de in het vorige lid bedoelde accountant, beroepsboekhouder of bedrijfsrevisor wordt verstaan de persoon die zich gewoonlijk bezighoudt met de boekhouding van de belastingplichtige of die heeft meegewerkt aan het opstellen van de betwiste belastingaangifte of die de belastingplichtige heeft bijgestaan in de administratieve bezwaarprocedure (W. 23 maart 1999, artikel 8).

M.i. is deze wet duidelijk en behoeft hij geen verdere uitleg.

Voor zoveel als nodig zend ik U hierbij een kopie van het boek "De nieuwe fiscale procedure" van W. DEFOOR met commentaar op dit artikel (zie ook VAN ORSHOVEN, P., De onmogelijke hervorming van het fiscale procedurerecht, II. Over de wetten van 15 en 23 maart 1999 "betreffende de beslechting van fiscale geschillen" en "betreffende de rechtelijke inrichting in fiscale zaken", R.W. 1999-2000, nr 58, 91. T. AFSCHRIFT en M. IGALSON, La procédure fiscale après la loi des 15 et 23 mars 1999, J.T., 1999, nr 856, 503).

2. Welke specifieke bijkomende waarborgen biedt de advocatuur aan haar cliënten t.a.v. een "juridisch adviseur" ?

Een juridisch adviseur heeft geen wettelijk verbindende eigen deontologie, terwijl de door de wet georganiseerde beroepen, zoals accountant, boekhouder en belastingconsulent of fiscalist lid moeten zijn van een instituut en onderworpen zijn aan een eigen deontologie.

Buiten de waarborg van een juridische opleiding, die elke advocaat moet hebben gezien hij licentiaat in de rechten dient te zijn en de waarborg van de controle door een tuchtoverheid, in casu de stafhouder en de raad van de orde, die tuchtrechtelijke bevoegdheden hebben wanneer een advocaat zich niet volgens de regels van de deontologie en van de goede praktijkuitoefening kwijt van zijn taken, beschikt de advocatuur in tegenstelling met de andere para-juridische of boekhoudkundige beroepen over een beroepsgeheim (de overige beroepen hebben slechts een discretieverplichting), wat een beveiliging inhoudt van de discretie en de geheimhouding van wat de cliënt aan de advocaat toevertrouwt.

Het beroepsgeheim van de advocaat geniet een bijzondere bescherming, wat zich uitdrukt in bijzondere maatregelen in verband met de door hem bezorgde adviezen en briefwisseling, de telefoonaftap (artikel 90secties van de wet van 30 juni 1994), het oproepen van een advocaat als getuige in een zaak, het beslag in zijn handen, enz.

Bovendien is de advocaat in tegenstelling met de overige raadgevers uit de fiscale en boekhoudkundige beroepen en met de juridische adviseurs die als dusdanig geen statuut hebben in het Belgisch recht, niet onderworpen aan de wetgeving op de witwaspraktijken (wetten van 17 juli 1990, 11 januari 1993, 7 april 1995 en 10 augustus 1998), die bedoelde beroepen verplichten hun cliënten te identificeren, bepaalde documenten gedurende een periode van vijf jaar bij te houden, bepaalde operaties die verdacht lijken te rapporteren en verdachte transacties te signaleren aan een Cel voor de behandeling van financiële informaties.

3. Bestaat de mogelijkheid dat zij als accountants in België formeel zouden samen werken met advocaten (een formeel samenwerkingsverband sluiten) ?

Voor zover het gaat om juridische adviseurs die zelf in hun land van oorsprong geen advocaten zijn, bestaat dergelijke mogelijkheid niet.

Gaat het echter om juridische adviseurs die in hun land van oorsprong als advocaten worden bestempeld, is een geformaliseerde samenwerking met een dergelijk kantoor mogelijk.

Niet formele samenwerking is vanzelfsprekend niet uitgesloten.

4. Wat betreft het standpunt van de Belgische Nationale Orde naar aanleiding van het cassatiearrest van 7 mei 1999 in de zaak Orde van Apothekers en waarbij het Hof van Cassatie niet uitsluit dat een beoefenaar van een vrij beroep gezien wordt als een persoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, kan ik vanzelfsprekend het standpunt van de Belgische Nationale Orde van Advocaten niet weergeven.

Wat betreft de Vereniging van Vlaamse Balies is het zo dat wij de betrokken rechtspraak van het Hof van Justitie en van de Europese Commissie ter zake hebben geanalyseerd, welke aanleiding heeft gegeven tot het bedoeld arrest van het Hof van Cassatie en dat wij aanvaarden dat in de zin van deze rechtspraak en met het oog op de doeleinden van de concurrentieregels van de Europese Gemeenschap en van de Belgische wetgeving ter zake, een beoefenaar van een vrij beroep een economisch doel nastreeft en dat derhalve de Orde van Advocaten en de Nationale Orde van Advocaten als een ondernemersvereniging in de zin van deze bepalingen dienen beschouwd te worden.

Dat brengt echter niet met zich mee dat de advocaten als handelaars zouden dienen beschouwd te worden, zodat zij daden van koophandel zouden stellen.

Dat brengt wel mee dat zij in het kader van hun deontologische en maatschappelijke verplichtingen en rekening houdend met hun specifieke situatie onderworpen kunnen zijn aan de gevolgen van het Belgisch en Europees concurrentiebeleid en hun deontologische gedragsregels daar niet meer in strijd mogen komen.

Het Belgisch Arbitragehof heeft zich trouwens in dezelfde zin uitgesproken op 30 april 1997 (nr 945, J.L.M.B., 1997, 784).

Het Arbitragehof wijst er op dat de overheden van de balie geen concurrentiebeperkende praktijken mogen organiseren of in de hand werken, tenzij dergelijke restricties zouden verantwoord zijn door de noodzaak de onafhankelijkheid van de advocaten of de kwaliteit van hun dienstverlening te verzekeren of om hun deontologie te doen respecteren.

Stafhouder Jo Stevens
Bestuurder departement deontologie


Ook interessant

Advies 700

Meer lezen

Advies 576

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen
Advocaten-stagiairs
Deontologie Beroepsopleiding

Beroepsopleiding advocaten-stagiairs herzien

Sinds 2 oktober 2025 gelden er belangrijke veranderingen in de beroepsopleiding van advocaten-stagiairs. Onze algemene vergadering keurde op 24 september een nieuw reglement goed dat verschillende artikelen van de Codex Deontologie voor Advocaten wijzigt. De aanpassingen betreffen de stage en de beroepsopleiding en zijn gericht op een werkbaardere en duidelijkere invulling van het traject voor stagiairs.

Meer lezen
Tuchtdatabank

Tuchtdatabank van advocatuur geactualiseerd

We hebben onze tuchtdatabank recent geactualiseerd. Wie zich wil informeren over de tuchtrechtspraak binnen de advocatuur, kan alle beslissingen van de tuchtraden online raadplegen op deze website.

Meer lezen
Advocaten
Deontologie Stage

De vernieuwde stageovereenkomst

Vanaf 10 oktober 2025 zal een gewijzigd artikel 31bis van de Codex Deontologie voor Advocaten gelden voor alle lopende en nieuwe stageovereenkomsten. De aangepaste regeling verduidelijkt de rechten en plichten van zowel stagiair als stagemeester, met extra aandacht voor thema’s zoals aansprakelijkheid, afwezigheden, wachtdiensten en de beëindiging van de stageovereenkomst. Raadpleeg ons vernieuwde model van de stageovereenkomst, aangepast aan de nieuwe regels.

Meer lezen
Deontologie

Deontologieadviezen geactualiseerd en online raadpleegbaar

De databank met deontologieadviezen op deze website werd recent geactualiseerd. Deze adviezen bieden een nuttige leidraad bij de toepassing van de Codex Deontologie voor Advocaten die altijd in concreto moet gebeuren.

Meer lezen
Tucht

Vijfde jaarverslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn vierde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen advocaten in Vlaanderen (inclusief Brussel-Nederlands) in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2022 tot 31 augustus 2023.

Meer lezen