Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 457

Hoewel een advocaat in principe zou kunnen optreden voor én tegen familieleden verder dan de derde graad, het toch delicaat blijft, zeker in familiezaken. De advocaat dient de vereiste onafhankelijkheid te waarborgen, wat gezien de familiale band niet evident is. Daarenboven dient de advocaat tevens eerlijk en oprecht te oordelen of hij de zaak in alle objectiviteit en sereniteit kan verdedigen. In een familiekwestie zal wellicht niet of moeilijk voldaan kunnen worden aan deze vereisten. Het lijkt raadzaam dat de advocaat zich terugtrekt als raadsman.



Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Vraag

Uw vraagt luidt als volgt:

“Het betreft een familiekwestie waarin advocaat X (balie A) raadsman is van partijen a, b, c en d – allen broers en zussen.

Advocaat Y (balie B) is raadsman van partij e, nog een andere broer van partijen a, b, c en d (dus 4 broers en zussen tegen 1 broer).

Advocaat Y is een neef van alle partijen en treedt dus in principe op zowel VOOR als TEGEN familieleden (de moeder van advocaat Y is de zus van de vader van partijen a, b, c, d en e).

Advocaat X vraagt dat advocaat Y zich uit het dossier zou terugtrekken.

Advocaat Y weigert dit echter op basis van het argument dat het gebruik dat advocaten niet optreden VOOR familieleden slechts geldt tot in de derde graad (= stelling advocaat Y).

Advocaat X stelt echter dat het probleem er niet zozeer in bestaat dat advocaat Y optreedt als raadsman VOOR familielid e, doch wel omdat hij optreedt als raadsman TEGEN familieleden a, b, c en d (en daarmee de facto ook tegen zijn oom – i.e. de vader van partijen a, b, c, d en e).

Quid?”


Advies

Ik verleen u volgend advies.

Het is, zoals mr. Y stelt, gebruikelijk dat advocaten niet pleiten voor familieleden tot in de derde graad. In dat verband verwijs ik naar de omzendbrief van stafhouder H. SEGERS van Antwerpen d.d. 6 juni 1979 die als volgt luidt:

“Optreden voor familie.
Voor zover als nodig, herinner ik er dan ook aan dat de onafhankelijkheid van de advocaat ten opzichte van de hem toevertrouwde belangen tot gevolg heeft dat hij zich ervan moet onthouden voor zichzelf te pleiten, voor zijn ouders, zijn kinderen of echtgenote.
Wat andere familieleden betreft, zal iedere advocaat naar eigen inzicht oordelen of de zaak niet te persoonlijk en eventueel te passioneel geladen is om een objectieve verdediging te kunnen waarnemen en in geval van twijfel zal hij best de stafhouder raadplegen.
Overtreding van deze deontologische regel kan aanleiding geven tot disciplinaire vervolgingen.”
(eigen markering)

Het is aldus een advocaat in principe niet verboden op te treden in familiale geschillen van neven en nichten. Hierbij moet hij steeds persoonlijk oordelen of hij volledig onafhankelijk kan optreden, zonder zich door zijn cliënt-familielid te laten beïnvloeden. Het is immers niet uitgesloten dat hij omwille van de familiale band beschikt over bepaalde voorkennis of informatie, waardoor zijn onafhankelijkheid in het gedrang komt. (E. BOYDENS, “De onafhankelijkheid van de advocaat” in X. (ed.), Deontologie. Handboek voor de advocaat-stagiair 2012-2013, Mechelen, Kluwer, 2012, nr. 45).

Bij uitbreiding geldt deze redenering eveneens voor het optreden tegen een familielid. De advocaat moet in de eerste plaats in eer en geweten uitmaken of hij een zaak tegen een familielid volledig onafhankelijk kan verdedigen. Daarenboven dient hij te oordelen of hij in alle objectiviteit en sereniteit kan optreden.

Volledigheidshalve merk ik op dat mr. Y niet zou mogen optreden tegen partijen a, b, c en/of d indien hij in het verleden reeds voor (één van) hen is opgetreden in dezelfde aangelegenheid of een die daarmee nauw verband houdt.

Besluitend meen ik dat hoewel mr. Y in principe zou kunnen optreden voor én tegen familieleden verder dan de derde graad, het toch delicaat blijft, zeker in familiezaken, om op te treden. De advocaat dient de vereiste onafhankelijkheid te waarborgen, wat gezien de familiale band niet evident is. Daarenboven dient de advocaat tevens eerlijk en oprecht te oordelen of hij de zaak in alle objectiviteit en sereniteit kan verdedigen. Aangezien het geschil in casu een familiekwestie betreft vrees ik dat niet of toch zeker moeilijk kan voldaan worden aan deze vereisten. Het lijkt me derhalve raadzaam dat mr. Y zich terugtrekt als raadsman van partij e.

Edward Janssens
Bestuurder departement deontologie

Ook interessant

Advies 778

Meer lezen

Advies 777

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen