Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 414

Tijdens een volledige loopbaanonderbreking kan door een staatsambtenaar een zelfstandige activiteit uitgeoefend worden - artikel 437, 1° Ger. W.: de raad van de Orde dient te beslissen of er enige onverenigbaarheid bestaat tussen het beroep van statutair ambtenaar (dat weliswaar niet wordt uitgeoefend) en het beroep van advocaat - bepalend voor het beroep van advocaat is de onafhankelijkheid die getoetst moet worden enerzijds naar de cliënten toe en anderzijds naar de overheid zelf - de principes van onafhankelijkheid van de advocaat en onder meer zijn beroepsgeheim conflicteren met het statuut van staatsambtenaar.



Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Deel dit artikel

Vraag

In een mail van ... schrijft mevr. X dat de verlenging van de onderbreking van haar stage aan de ... balie werd toegekend en dat zij sinds haar onderbreking aan de slag is als juriste bij de overheid en onlangs benoemd werd tot statutair ambtenaar. Zij wenst thans een loopbaanonderbreking te vragen voor de uitoefening van een zelfstandige activiteit. Tijdens deze loopbaanonderbreking wenst zij haar stage aan de balie te vervolledigen.

Uit haar oorspronkelijke mail aan het departement stage en permanente vorming bleek aanvankelijk niet dat de loopbaanonderbreking voltijds zou zijn. De duurtijd van de onderbreking werd evenmin gepreciseerd.

Uit een latere mail van ... stelt mevr. X dat zij federaal statutair ambtenaar is. Geen enkel stuk hierover werd door mevrouw X medegedeeld.


Advies

Tijdens een loopbaanonderbreking kan door een staatsambtenaar een zelfstandige activiteit uitgeoefend worden (waarvan de inschrijving bij een sociale verzekeringskas verplicht is). De zelfstandige activiteit mag slechts uitgeoefend worden in geval van volledige loopbaanonderbreking. Tijdens deze onderbreking kunnen – behoudens de bepalingen inzake belangenconflicten en mits voorafgaandelijke mededeling aan de overheid door de ambtenaar van de aard van uitgeoefende activiteit – de onderbrekingsuitkeringen gecumuleerd worden met de inkomsten van een zelfstandige activiteit (evenwel beperkt tot 12 maanden) (artikel 122 van het K.B. betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, gewijzigd bij art.19 1°en 2° K.B.26 mei 1999, BS 11 juni 1999, met ingang van 1 mei 1999 (art.25) en bij art.9 K.B.14 juni 2007, BS 22 juni 2007 (tweede uitgave)).

Artikel 437, 1° Ger. W. bepaalt dat het beroep van advocaat onverenigbaar is met het beroep van een staatsambtenaar. De ... raad van de Orde zal dienen te beslissen of er enige onverenigbaarheid bestaat tussen het beroep van statutair ambtenaar dat weliswaar niet wordt uitgeoefend en het beroep van advocaat.

De Orde oordeelde dat om persoonlijke redenen een op non-actief gestelde ambtenaar, zelfs indien hij de eed van ambtenaar nog niet heeft afgelegd, geen advocaat kan worden omdat hij ambtenaar blijft (J. STEVENS, Regels en gebruiken van de advocatuur te Antwerpen, Kluwer Rechtswetenschappen, België, p. 214).

“Il a en effet estimé que le fonctionnaire devient agent de l’Etat par le fait de sa nomination indépendamment de sa prestation de serment, laquelle constitue tout simplement une condition de son entrée en fonction ; par ailleurs, le fonctionnaire placé en « position de non activité pour convenance personnelle » reste, pendant cette période, agent de l’Etat et est soumis aux obligations des agents de l’Etat, y compris le devoir d’obéissance et de soumission à la discipline des fonctionnaires, même si certains droits sont, pendant cette période, suspendus (tels les droits au traitement, à l’avancement et à la promotion).” (M. WAGEMANS, Recueil des règles professionnelles, p. 107)

De même, le conseil a estimé ne pas pouvoir faire droit à la demande d’admission au stage d’un candidat agent de l’Etat bénéficiant d’une interruption de la carrière professionnelle dans les administrations et autres services des ministères (A.R. du 28 février 1991, LB novembre 92, 104 et LB février-mars 97, 206) (geciteerd door M. WAGEMANS, Recueil des règles professionnels, p. 106).

Bepalend voor het beroep van advocaat is de onafhankelijkheid. Deze onafhankelijkheid dient getoetst te worden enerzijds naar de cliënten toe (ook de cliënten van de stagemeester en de kantoorgenoten) en naar de overheid zelf. Hierbij lijkt het mij delicaat dat een advocaat, die ook staatsambtenaar is – zij het in loopbaanonderbreking – optreedt tegen of zelfs voor de overheid. De advocaat dient zelf elke mogelijkheid tot verwarring uit de weg te gaan.

Zelfs indien de ambtenaar in volledige loopbaanonderbreking is blijft hij ambtenaar en heeft hij ook verplichtingen tegenover deze overheid. Artikel 29 van het Wetboek van strafvordering bepaalt dat iedere ambtenaar die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of een wanbedrijf verplicht is aangifte te doen aan de procureur. Dit betreft weliswaar misdaden of wanbedrijven waarvan hij kennis neemt tijdens zijn ambt. Maar het K.B. betreffende het statuut van het rijkspersoneel verplicht de ambtenaar kennis te geven aan zijn hiërarchische overste van elk onwettigheid of onregelmatigheid waarvan hij kennis neemt (artikel 7 K.B. statuut rijkspersoneel). Deze verplichting die m.i. rust op elke ambtenaar (ook met loopbaanonderbreking) maakt de cumulatie met het beroep van advocaat onmogelijk. De principes van onafhankelijkheid van de advocaat en onder meer zijn beroepsgeheim conflicteren met het statuut van staatsambtenaar.

Overigens stipuleert artikel 122 van het K.B betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksambtenaren, dat de cumulatie van de loopbaanonderbrekings- uitkeringen met een ander beroep niet kan wanneer belangenconflicten zich voordoen. De ambtenaar blijft onderworpen aan het tuchtrecht van de ambtenaar zolang het statutair dienstverband blijft bestaan. M.a.w. een ambtenaar in loopbaanonderbreking blijft onderworpen aan het tuchtrecht. Het is slechts wanneer hij uit dienst treedt (pensionering, vrijwillig ontslag) dat de tuchtbevoegdheid niet meer kan worden uitgeoefend (I. OPDEBEECK, A. COOLSAET, Ambtenarenrecht, II Rechtspositieregeling, die Keure, p. 31, nr. 53). Niets verzet zich ertegen dat een tuchtstraf wordt opgelegd aan personeelsleden die om één of andere reden niet actief zijn, bv. wegens ziekte, loopbaanonderbreking enz. (I. OPDEBEECK, A. COOLSAET, o.c. p. 33, nummer 57).

De verwijzing naar een werkend magistraat (en niet werkend advocaat zoals verkeerdelijk vermeld in de mail van mevr. X) gaat niet op. De notie van werkend ambtenaar dient onderscheiden te worden van deze van plaatsvervangend rechter.

Het behoort aan de ... raad van de Orde om te beslissen of de cumulatie van de twee beroepen al dan niet mogelijk is.

Edward Janssens
Bestuurder departement deontologie

Ook interessant

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen