Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 250

Vertrouwelijkheid onderhandelingen mbt EOT-overeenkomst - verbod om bewust onjuiste of misleidende inlichtingen te verschaffen aan de rechtbank

Vraag

Vertrouwelijkheid van onderhandelingen in het kader van een echtscheiding onderlinge toestemming.

Mag een advocaat in zijn conclusie feiten vermelden, waarvan hij pertinent weet dat ze niet juist zijn?


Advies

1. De betrokken raadslieden betwisten niet dat de onderhandelingen, die werden gevoerd teneinde te komen tot een EOT, vertrouwelijk waren en dat dit ook geldt voor de briefwisseling hieromtrent tussen de raadslieden.

Mr. X meent evenwel dat er in een vergadering van ... een geheel akkoord tot stand kwam tussen partijen, hetgeen hem het recht zou verschaffen de ontwerpovereenkomst EOT als stuk neer te leggen en daarnaar in conclusie te verwijzen.

Uit de briefwisseling die hieromtrent wordt voorgelegd, blijkt dat partijen op de bewuste vergadering wellicht over de meeste punten akkoord gingen en misschien zelfs over alles, maar dat zij blijkbaar toch niet met een formeel akkoord uit elkaar zijn gegaan.

Zo schrijft Mr. X in zijn brief van ... :

"Ik verwijs naar de bespreking die wij met partijen hadden en naar het resultaat daarvan dat volgens mij tot een volledig akkoord heeft geleid." (eigen markering)

en verder :

"Ik probeer punt per punt te herhalen wat het voorwerp van de overeenkomst was en ik haal dit uit mijn geheugen zodanig dat er misschien wel opmerkingen van uw zijde zullen worden geformuleerd maar dat zien wij dan wel."

Op deze brief volgt een brief van Mr. Y met een ontwerp van EOT, gevolgd door een brief van Mr. X met enkele bladzijden opmerkingen bij het ontwerp, opmerkingen die niet enkel vormelijk zijn, maar ook de inhoud betreffen.

Er volgt nadien nog briefwisseling, maar blijkbaar slagen partijen er niet in een volledig akkoord te bereiken over alle punten.

Uit dit alles blijkt dat partijen wellicht op een bepaald ogenblik een principeakkoord hebben bereikt, doch onder de voorwaarde dat een en ander nog nader moest worden gespecificeerd en in een overeenkomst EOT moest worden gegoten.

Nog afgezien van de vraag of de regel dat een vertrouwelijke brief, die een voorstel inhoudt, niet-vertrouwelijk wordt wanneer dit voorstel onvoorwaardelijk wordt aanvaard, ook kan worden toegepast op vertrouwelijke onderhandelingen, geldt in deze mijns inziens dat er geen formeel akkoord tot stand kwam, zodat de onderhandelingen in elk geval een vertrouwelijk karakter dienen te behouden.

Hetzelfde geldt voor de tussen raadslieden gewisselde briefwisseling en eveneens voor de daarbij gevoegde stukken, waaronder het ontwerp van overeenkomst EOT.

Mr. X kan mijns inziens dan ook dit ontwerp niet als stuk neerleggen.

Terecht stelt stafhouder A dat Mr. X wel kan zeggen dat er onderhandelingen EOT geweest zijn, maar verder dan dat kan hij mijns inziens niet gaan.

2. Mr. X stelt dat Mr. Y weet heeft van het feit dat de onderhoudsbijdrage van x euro, die zijn cliënt gedurende maanden vrijwillig betaalde, alleen betrekking had op de kinderen en niet op de echtgenote, zodat het niet loyaal is in hoofde van Mr. Y om dit uitdrukkelijk anders te vermelden in de conclusie.

Mr. X steunt zich hierbij op een schrijven van de cliënt van Mr. Y, dat door Mr. Y bij brief van ... werd overgemaakt aan Mr. X.

In dit stuk staat onder meer te lezen :

"Onder de hierboven vermelde voorwaarden zal ik ten behoeve van de kinderen de maandelijkse onderhoudsbijdrage, zoals voorheen besproken, ten bedrage van x euro geïndexeerd per kind en per maand blijven betalen, alsook de helft van de buitengewone uitgaven zoals kosten voor hogere studies en dergelijke."

Het lijkt er op dat hieruit inderdaad kan worden afgeleid dat het bedrag dat tot dan werd betaald, enkel betrekking had op de kinderen.

Daarmee geconfronteerd betwist Mr. Y niet dat zijn cliënt in werkelijkheid enkel onderhoudsgeld betaalde voor de kinderen en niet voor zijn echtgenote en dat hij daarvan op de hoogte was.

Mr. Y schrijft in zijn conclusie – in strijd met deze werkelijkheid - zeer uitdrukkelijk dat dit onderhoudsgeld niet alleen bestemd was voor de kinderen, maar ook voor de echtgenote. Hij maakt van deze feitelijke vaststelling zelfs een argument.

Het is in strijd met de rechtschapenheid om als advocaat bewust onjuiste of misleidende inlichtingen te verstrekken aan de rechtbank en dit is hier gebeurd.

Het argument dat de betaling van het onderhoudsgeld kaderde in de onderhandelingen over een EOT, doet geen afbreuk aan deze vaststelling. Het gaat immers niet om een vertrouwelijk voorstel tot betaling, maar om daadwerkelijk uitgevoerde betalingen.

Het verbod om bewust onjuiste of misleidende inlichtingen te verstrekken aan de rechtbank kadert tevens in de problematiek van de "rechtvaardige zaak", die uitvoerig en genuanceerd besproken wordt door J. Stevens in "Regels en gebruiken van de advocatuur te Antwerpen." (nrs. 802 tot 807 in de tweede editie). Niettegenstaande de vele nuances die aan deze problematiek vasthangen, wordt ook daar gesteld dat (zeker in burgerlijke zaken) een advocaat nooit wetens en willens onjuiste inlichtingen mag verstrekken aan de rechter. (nr. 807)

Dat het een advocaat niet toegelaten is om bewust onjuiste feitelijke mededelingen te doen in processtukken, betekent niet noodzakelijk dat de advocaat als het ware een meldplicht zou hebben. Het mandaat ad litem houdt overigens niet in dat de advocaat namens zijn cliënt in rechte bekentenissen zou mogen doen.

Toegepast op deze zaak, houdt dit mijns inziens in dat Mr. Y niet verplicht was om in zijn conclusie te bekennen dat zijn cliënt het onderhoudsgeld betaalde voor de kinderen en niet voor de echtgenote. Hij had zich dienaangaande op de vlakte kunnen houden.

Wel is het niet toegestaan om in conclusie bewust onwaarheden te schrijven. Indien de stafhouders zouden beslissen dat de conclusies moeten worden aangepast, dan kan dit mijns inziens niet inhouden dat Mr. Y verplicht zou worden om in zijn conclusie uitdrukkelijk te bevestigen dat het onderhoudsgeld enkel bestemd was voor de kinderen.

Philippe De Jaegere
Bestuurder departement deontologie

Ook interessant

Advies 775

Meer lezen

Advies 762

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen