- Derdengelden/derdenrekening
- Nalatigheid als gerechtelijk mandataris
- Kantoor(des)organisatie
- Schorsing
De advocaat werd door de tuchtraad veroordeeld tot een schorsing van 3 maanden waarvan 1 maand met uitstel voor inbreuken tegen de kiesheid, waardigheid en rechtschapenheid, meer bepaald wegens ernstige onregelmatigheden in diverse dossiers bewindvoering, vervalsing van bankhistorieken en aanwending van valse stukken in diverse dossiers bewindvoering, niet tijdig doorstorten van ontvangen derdengelden en ontwrichting/desorganisatie van het kantoor.
De tuchtraad verklaarde zich vervolgens onbevoegd over de feiten van het niet onverwijld doorstorten van derdengelden en desorganisatie van het kantoor van de advocaat omdat daarover geen tuchtonderzoek zou gevoerd zijn.
De tuchtraad van beroep oordeelt hierover dat de advocaat wel degelijk kennis had van een onderzoek wat deze laatste twee feiten betreft en dat deze vervat zitten in de aanhangig gemaakte feiten. Bovendien heeft de advocaat zich op deze feiten kunnen verdedigen.
De tuchtraad van beroep veroordeelt de advocaat voor alle feiten die hem ten laste werden gelegd. Bij de beoordeling van de tuchtsanctie houdt de tuchtraad van beroep rekening met de moeilijke familiale omstandigheden van de advocaat en de terugbetaling van de gelden door de advocaat.
De tuchtraad van beroep veroordeelt de advocaat tot een schorsing van 3 maanden.
De beslissing in eerste aanleg leest u hier:
TAG-861: Beslissing 11 juni 2025
Derdengelden/derdenrekening
Nalatigheid als gerechtelijk mandataris
Kantoor(des)organisatie
Schorsing met uitstel