- Nalatigheid gerechtelijk mandataris
- Kantoor(des)organisatie
- Briefwisseling
- Medewerking stafhouder/balie
- Waarschuwing
De advocaat kreeg van de tuchtraad de sanctie van de waarschuwing opgelegd wegens het niet spontaan nakomen van zijn verplichtingen als bewindvoerder tijdens de uitvoering van zijn mandaat, de eindverslagen van zijn vervanging als bewindvoerder niet neer te leggen ter griffie van het Vredegerecht, het niet onverwijld overmaken van het dossier aan de opvolgende advocaat en het niet beantwoorden van de briefwisseling van de stafhouder.
De stafhouder tekende hoger beroep aan tegen de opgelegde tuchtsanctie wegens de onevenredigheid van de sanctie in verhouding tot de zwaarte van de bewezen tuchtfeiten en omdat er te weinig rekening gehouden werd met de ernst van de feiten en de impact ervan op de personen over wie de advocaat het voorlopig bewind had.
De tuchtraad van beroep oordeelt echter dat de sanctionering door een waarschuwing nog altijd evenredig is aan de aard, de ernst en de zwaarwichtigheid van de bewezen tuchtfeiten aan de aard en de ernst ervan, doch ook aan de gedragingen en de persoonlijkheid van de advocaat die aantoont dat hij inzicht heeft in zijn foutief handelen en weet dat het zo niet kan. De door de bestreden beslissing opgelegde sanctionering wordt dan ook als passend beoordeeld en bevestigd.
De beslissing in eerste aanleg leest u hier:
TAG-864: Beslissing 11 juni 2025
Nalatigheid gerechtelijk mandataris
Kantoor(des)organisatie
Briefwisseling
Medewerking stafhouder/balie
Waarschuwing