- Hoger beroep zoals in tuchtbeslissing
De advocaat-stagiair tekent hoger beroep aan tegen de beslissing van de raad van de Orde om de opname van de advocaat-stagiair op het tableau van de orde van advocaten sine die uit te stellen tot het ogenblik waarop de tuchtcommissie/ raad van oordeel is over voldoende gegevens te beschikken om tot een oordeel te komen. Meer bepaald betreft de motivering de onduidelijkheid over de feiten die aanleiding gaven tot een tuchtvordering en strafonderzoek lastens de advocaat-stagiair waardoor volgens de raad niet kan geoordeeld worden of de advocaat voldaan heeft aan de voorwaarden van artikel 25 Codex.
De tuchtraad van beroep komt, binnen de beperktheid van een marginale toetsing, tot de bevinding dat de bestreden beslissing op onwettig wijze is genomen en getuigt van onredelijkheid. De advocaat-stagiair voldoet aan de voorwaarden van artikel 428 Ger. W. en heeft alle verplichtingen door de Orde van Vlaamse Balies of de Orde van de desbetreffende balie doorlopen. De stage zelf werd niet intrinsiek negatief beoordeeld.
De tuchtraad van beroep is van oordeel dat de bestreden beslissing getuigt van machtsafwending en dat in zoverre het bestaan van een tuchtprocedure, dit krachtens artikel 477 Ger.W. in de bestreden beslissing niet vermeld mag worden en dit gegeven dus niet in de beoordeling betrokken mag worden.
De tuchtraad van beroep stelt vast dat het verzoek van de advocaat-stagiair tot inschrijving op het tableau ingewilligd dient te worden en beveelt de opname op het tableau van de orde van advocaten van de desbetreffende balie.