- Ereloon
- Verwaarlozing belangen cliënt
- Opschorting
De advocaat door de tuchtraad werd veroordeeld tot een schorsing van acht dagen met uitstel voor een periode van vijf jaar wegens niet diligent handelen met verwaarlozing van de belangen van de cliënt en het niet duidelijk meedelen van ereloonafspraken.
De advocaat werpt voor de tuchtraad van beroep opnieuw op dat hij niet meer kan vervolgd of veroordeeld worden voor de hem ten laste gelegde feiten, waarbij hij specifiek verwijst naar een eerder behandeld dossier, waarvoor de advocaat reeds tuchtrechtelijk vervolgd én veroordeeld werd, zowel in eerste aanleg als in graad van beroep.
De tuchtraad van beroep oordeelt dat er geen sprake is van schending van het rechtsbeginsel ‘non bis in idem’, omdat het verschillende klagers en feiten betreft.
De tuchtraad van beroep meent evenwel dat de eerder opgelegde tuchtsanctie van een schorsing van 8 dagen met uitstel niet evenredig is en hervormt deze tot de opschorting van de uitspraak voor de periode van één jaar.
De beslissing in eerste aanleg leest u hier:
TAA/SA/0494/2025: Beslissing 25 maart 2025
- Ereloon
- Verwaarlozing belangen cliënt
- Schorsing met uitstel