- Derdengelden / derdenrekening
- Medewerking stafhouder / balie
- Schorsing met uitstel
De advocaat werd vervolgd wegens het herhaaldelijk niet beantwoorden van briefwisseling van de stafhouder en het zich onrechtmatig toe-eigenen van gelden, ontvangen in het kader van voorlopige bewinden/onbeheerde nalatenschappen en hem toevertrouwd in zijn hoedanigheid van advocaat.
De Tuchtraad had, bij verstek, de tuchtvordering toelaatbaar verklaard en de tenlasteleggingen bewezen verklaard. Een schorsing van acht maanden werd opgelegd en er werd toepassing gemaakt van artikel 460 eerste lid Ger.W. ; de schrapping werd meteen bevolen. De advocaat tekende verzet aan; het verzet werd ontvankelijk doch ongegrond verklaard.
De advocaat heeft tegen deze laatste beslissing hoger beroep aangetekend.
De tuchtraad van beroep heromschrijft de tenlasteleggingen, spreekt de advocaat vrij voor de tenlastelegging over het onrechtmatig afwenden van derdengelden en verklaart de andere tenlasteleggingen bewezen.
De tuchtraad van beroep legt aan de advocaat een schorsing op van acht maanden en zegt dat de tenuitvoerlegging van deze tuchtstraf zal worden uitgesteld gedurende een periode van drie jaar onder de voorwaarde dat binnen deze proefperiode geen nieuwe deontologische inbreuk wordt gepleegd.
De beslissing in eerste aanleg leest u hier:
TAA/SL/0482/2024: Beslissing 27 februari 2025
Derdengelden / derdenrekening
Medewerking stafhouder / balie
Schrapping na schorsing