Ga verder naar de inhoud

TB-0182-2017: Beslissing 16 januari 2018

Deel dit artikel

  • Art. 446 ter Ger. W.
  • ‘Pactum de quota litis’
  • Ongegrond beroep
  • Schrapping

Aan de advocaat wordt niet ten laste gelegd dat hij een ereloonovereenkomst sloot met de klagers, laat staan een onduidelijke ereloonafspraak, maar dat hij een ‘pactum de quota litis’ sloot met de klagers, wat wettelijk verboden is.

In de overeenkomsten van 19 februari 2013 en 14 oktober 2013 werden duidelijk, zonder enige aanleiding tot twijfel, clausules opgenomen waarin het verschuldigde ereloon uitsluitend bepaald wordt op grond van de uitslag van het mandaat gegeven aan de advocaat, wat verboden is krachtens art. 446ter, eerste lid Ger. W. De duidelijke tekst van deze clausules vormde overigens de weerslag van een e-mail die de advocaat richtte aan de klagers op 22 januari 2013: “…de enige commissie waarmee jullie rekening dienen te houden is diegene die in mijn mandaat aan mij werd beloofd”.

Terecht was de tuchtraad in eerste aanleg van oordeel dat het feit dat ‘later’ hiervan zou zijn afgeweken door de betaling van een ‘provisie’ hieraan op zich niets afdoet.

De advocaat betoogt bijgevolg ten onrechte dat in de overeenkomsten in kwestie, op het ogenblik van het sluiten ervan, een ‘pactum de palmario’ werd gesloten, dit wil zeggen een ereloonafspraak waarbij de bepaling van het ereloon niet ‘uitsluitend’ maar enkel ‘in grote mate’ afhankelijk werd gemaakt van het realiseren van de overdracht van de aandelen.

Een schending van art. 446ter, eerste lid Ger. W. houdt, op zich, een deontologische tekortkoming in, en deze wordt gepleegd op het ogenblik van het sluiten van het ‘pactum de quota litis’ en kan niet ongedaan worden gemaakt door achteraf, desgevallend na voortschrijdend inzicht, een andere inhoud te geven aan de clausule in kwestie.

Zoals ook de tuchtraad in eerste aanleg is de tuchtraad in hoger beroep van oordeel dat de beschouwingen van de advocaat over de ‘detaxatie-mogelijkheden’ van de Raad van de Orde, niet ter zake dienend zijn. De tuchtraad beoordeelt in deze zaak niet de omvang van de ereloonafspraak.

De verwijzing naar art. 455 Ger.W. bij de oproeping van de advocaat miste inderdaad ‘juridische grondslag’, zoals de advocaat betoogt, maar dit wijzigt niets aan de bovenstaande overwegingen. Een verwijzing naar art. 456 Ger.W. was niet nodig voor de inoverwegingneming van de tenlastelegging in kwestie bij de beoordeling van de tenlastelegging.

Er is geen grond tot hervorming van de bestreden sententie. De betwiste tenlastelegging blijft ook in hoger beroep bewezen.

De advocaat verzoekt om rekening te houden met de door hem beoogde vrijspraak voor de hierboven besproken tenlastelegging. Zijn hoger beroep is, wat dat betreft, ongegrond, en bovendien acht de tuchtraad van beroep deze sanctie passend in acht genomen het tuchtrechtelijk verleden van de advocaat en in acht genomen alle tenlasteleggingen samengenomen die immers ernstig zijn en getuigen van onwil om zich te schikken naar de regelgeving die het beroep van advocaat vergt in het belang van de rechtsonderhorigen. Er bestaat dan ook geen aanleiding bestaat om de in eerste aanleg opgelegde sanctie te wijzigen.

De tuchtraad van beroep bevestigt bijgevolg de bestreden beslissing waarbij een tuchtsanctie van schrapping werd uitgesproken.

Lees ook deze beslissing

Rechter
Tuchtdatabank

TAA/SH/0221/2015 en TAA/SH/0224/2015: Beslissing 31 maart 2016

Onverenigbaarheden
Beroepsgeheim
Schulden
Gebrekkige communicatie cliënt
Ereloon
Opvolging

Meer lezen
Rechter
Tuchtdatabank

TAA/SH/0221/2015 en TAA/SH/0224/2015: Beslissing 30 maart 2017

Onverenigbaarheden
Medewerking stafhouder / balie
Gebrekkige communicatie cliënt
Schulden
Opvolging
Schrapping

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen