- Permanente vorming
- Punten permanente vorming
- Motiveringsplicht
- Hoger beroep deels gegrond
- Kosten
- Waarschuwing i.p.v. schorsing van acht dagen
Aan de advocaat werd volgend feit ten laste gelegd:
“Bij inbreuk op het art. 2 van het Reglement van 16.06.2010 van de Orde van Vlaamse Balies inzake de permanente vorming geen 16 opleidingspunten behaald te hebben in het gerechtelijk jaar 2012-2013.”
- Eerste middel: schending van de motiveringsplicht:
De advocaat stelt dat de verwijzingsbeslissing van de stafhouder niet werd gemotiveerd en derhalve onregelmatig was. Hierdoor zou de tuchtvervolging onontvankelijk zijn.
De wet schrijft voor dat de beslissing van de stafhouder om een advocaat de laten verschijnen voor de tuchtraad met redenen omkleed en dus gemotiveerd moet zijn.
De ratio van deze motiveringsplicht ligt in het feit dat de voorzitter van de tuchtraad door deze motivering in staat moet worden gesteld een oproepingsbrief op te stellen die de betrokken advocaat ondubbelzinnig te kennen geeft voor welke feiten of tuchtrechtelijke inbreuken hij tuchtrechtelijk wordt vervolgd. Tegelijk moet dit de betrokken advocaat in staat stellen na te gaan of de voorzitter van de tuchtraad geen feiten of inbreuken op een tuchtrechtelijke regel heeft vermeld die door de stafhouder in zijn verwijzingsbeslissing niet werden vermeld.
De beoordeling van deze motiveringsplicht gebeurt door de tuchtraad, aan de hand van een afweging van de concrete feiten in een welbepaalde zaak, met inachtneming van het hele dossier. (J. Stevens, Advocatuur, Regels & Deontologie, 2015 Wolters Kluwer, p. 1254, voetnoot 6077)
De stafhouder heeft zijn verwijzingsbeslissing van 11 juni 2015 als volgt gemotiveerd: "U bent tekortgeschoten in de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid, die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen en die een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen door bij inbreuk op het art. 2 van het Reglement van 16.06.2010 inzake permanente vorming, geen 16 opleidingspunten te behalen in het gerechtelijk jaar 2012~2013."
Uit deze brief kan worden afgeleid dat de stafhouder de advocaat tuchtrechtelijk wil laten vervolgen omdat deze in het gerechtelijk jaar 2012-2013 geen 16 opleidingspunten heeft behaald, wat volgens de stafhouder een inbreuk is op artikel 2 van het Reglement van 16.06.2010 inzake permanente vorming en een tekortkoming ten aanzien van de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid, die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen en die een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen.
Op zich volstaat deze motivering om de voorzitter en bij uitbreiding de betrokken advocaat toe te laten ondubbelzinnig te weten waarvoor de stafhouder de advocaat tuchtrechtelijk wil laten vervolgen.
Bovendien verwijst de stafhouder naar het verslag van de onderzoeker, op basis waarvan hij heeft beslist de advocaat te verwijzen naar de tuchtraad. Dit verslag wordt toegevoegd als bijlage . Voor de beoordeling van de motiveringsplicht kan de tuchtraad rekening houden met de bijlagen bij de verwijzingsbrief van de stafhouder. (J. Stevens, Advocatuur, Regels & Deontologie, 2015 Wolters Kluwer, p. 1254, voetnoot 6077)
Uit dit verslag blijkt dat de advocaat in het gerechtelijk jaar 2012-2013 geen enkel opleidingspunt bekwam en dat hij daarmee werd geconfronteerd en werd uitgenodigd om schriftelijk toelichting te geven over zijn verweer of om te worden gehoord op zijn verzoek. Uit het verslag blijkt dat de advocaat daaraan geen gevolg gaf en evenmin vroeg om mondeling te worden gehoord. Daaruit kon de verslaggever afleiden dat het feit geen opleidingspunten te hebben verzameld in het kader van het onderzoek niet werd betwist en dus bewezen voorkwam.
De tuchtraad oordeelt dat alle elementen in acht genomen de verwijzingsbeslissing van de stafhouder voldoende was gemotiveerd.
- Tweede middel: de inbreuk en de te zware bestraffing:
De advocaat betwist niet dat hij in het gerechtelijk jaar 2012-2013 niet voldaan heeft aan de bij artikel 2 van het Reglement van 16.06.2010 inzake permanente vorming opgelegde verplichting om per gerechtelijke jaar 16 opleidingspunten te behalen. Hij behaalde geen enkel punt en kon enkel een beroep doen op de overdracht van 3 punten uit voorgaande jaren.
Het feit dat de advocaat geabonneerd is op 10 tijdschriften en zo de literatuur over zijn “gespecialiseerde nichepraktijk” volgt, doet geen afbreuk aan de reglementaire verplichting om per gerechtelijke jaar 16 opleidingspunten te verzamelen.
Het reglement biedt verschillende mogelijkheden om deze punten te verzamelen.
Ook de hoog gespecialiseerde advocaat die zijn gading niet vindt in vooraf erkende cursussen die zich doorgaans richten tot de minder gespecialiseerde advocaten kan zich bijscholen op een controleerbare wijze die hem moet toelaten de gevraagde opleidingspunten te verzamelen. De advocaat legt daarvan trouwens zelf een aantal bewijzen voor, met name attesten van studiedagen gevolgd in het gerechtelijk jaar 2011-2012.
De advocaat legt stukken neer waaruit blijkt dat hij zich voor twee studiedagen in het gerechtelijk jaar 2012-2013 heeft ingeschreven en een factuur heeft ontvangen. Hij legt echter geen bewijs van deelname noch bewijs van erkenning neer.
Rekening houdende met het feit dat de advocaat geen eerdere tuchtrechtelijke sancties opliep, dat hij te kennen geeft dat hij zijn permanente vorming sindsdien ter harte neemt en dat niets erop wijst dat deze eenmalige inbreuk de behoorlijke beroepsuitoefening van de advocaat in het gedrang heeft gebracht, acht de tuchtraad van beroep de waarschuwing een voldoende sanctie.
De tuchtraad van beroep gaat er daarbij van uit dat deze milde sanctie een voldoende waarschuwing zal zijn voor de advocaat om in de toekomst de bepalingen van het reglement op de permanente vorming na te leven.
Wat de kosten betreft
De kosten die in de beslissing van de tuchtraad ten laste werden gelegd van de advocaat zijn geen kosten die voor het onderzoek of voor het onderzoek ter terechtzitting werden gemaakt in de zin van artikel 460 laatste lid Ger.W.
Lees ook deze beslissing