- Hoger beroep zoals in tuchtbeslissing
Art. 472 § 1 eerste lid Ger. W. bepaalt dat een geschrapte advocaat niet kan worden ingeschreven op een tableau dan na het verstrijken van een termijn van 10 jaar nadat de beslissing tot schrapping in kracht van gewijsde is gegaan en indien buitengewone omstandigheden het wettigen.
Aan de eerste voorwaarde, nl. het verstrijken van een termijn van 10 jaar, is voldaan.
Het is de gewezen advocaat die heropname vraagt die de bewijslast van de buitengewone omstandigheden draagt (J. Stevens, Advocaten. Regels en deontologie, Mechelen, Wolters Kluwer, 2015, p. 1330, nr. 1641).
De advocaat voert aan dat het begrip “buitengewone omstandigheden” nergens werd gedefinieerd en dat precies door de herinschrijving haar de kans zou worden geboden om aan te tonen dat zij zich kan houden aan de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid.
Dit standpunt kan niet worden gevolgd. De heropname is een uitzondering die slechts bij werkelijk uitzonderlijke omstandigheden wordt toegestaan (Ibidem).
Het feit dat zij in Nederland de “volledige rechtenopleiding” zou hebben gedaan is geen werkelijke bijzondere omstandigheid. Bovendien blijkt uit niets dat de advocaat deze volledige rechtenopleiding opnieuw heeft gevolgd. Het document, dat zij heeft voorgelegd, uitgaande van de Erasmus Universiteit Rotterdam, en dat de datum van 10 september 2008 draagt, bevestigt enkel dat zij met goed gevolg het masterexamen bedrijfsrecht heeft afgelegd.
Ook het feit dat de advocaat aanhaalt in België geen praktijk te zullen voeren is geen bijzondere omstandigheid. Zij wenst immers enkel een herinschrijving aan een Belgische balie te bekomen met de uitsluitende bedoeling te vermijden dat zij in Nederland opnieuw stage zou moeten volgen. Dit voornemen verantwoordt geen herinschrijving aangezien het geen buitengewone omstandigheid uitmaakt.