Ga verder naar de inhoud

TB-0145-2015: Beslissing 9 februari 2016

Deel dit artikel

  • Wederinschrijving
  • Art. 472, §1 Ger. W.
  • Gelijkheidsbeginsel

Met betrekking tot de termijn bepaald in artikel 472, §1 Ger. W.

Artikel 472, §1 Ger. W. bepaalt dat een geschrapte advocaat niet kan worden ingeschreven op het tableau van de Orde dan na het verstrijken van een termijn van tien jaar nadat de beslissing tot schrapping in kracht van gewijsde is gegaan (zie ook hierna).

In de bestreden beslissing verwees de raad van de orde van de NOAB terecht naar artikel 28 Ger. W. dat bepaalt dat iedere beslissing in kracht van gewijsde gaat zodra zij niet meer voor verzet of hoger beroep vatbaar is, behoudens de uitzonderingen die de wet bepaalt en onverminderd de gevolgen van de buitengewone rechtsmiddelen. Artikel 28 Ger. W. wordt uitgebreid naar de voorziening in cassatie, indien dit cassatieberoep schorsende werking heeft (P. Taelman, Het gezag van het rechterlijk gewijsde. Een begrippenstudie, Diegem, Kluwer, 2001, p. 140-141). In casu had de cassatievoorziening schorsende werking (zie tot de wet van 10 april 2014: art. 468, §3, tweede lid Ger. W., en vervolgens krachtens diezelfde wet: art. 1121/5, 3° Ger. W.), en begon de hier besproken termijn van tien jaar te lopen op de datum van het cassatie-arrest van verwerping van 8 juni 2007.

De raad van de orde van de NOAB was bijgevolg terecht van oordeel dat de vraag tot wederinschrijving niet ontvankelijk was.

Ondergeschikt. Schending van het gelijkheidsbeginsel

De advocaat houdt voor dat hij in het kader van zijn rehabilitatie strenger wordt gestraft dan ‘een andere advocaat’ en hij verzoekt om volgende vraag aan het Grondwettelijk Hof te stellen: “Schendt artikel 472 (vroeger 471) iuncto artikel 469 van het Gerechtelijk Wetboek (vroeger artikel 461) de artikelen 10, 11, 14 en 23 [van de Grondwet] in die mate dat de wederinschrijving slechts kan gebeuren na het verstrijken van een termijn van 10 jaar nadat de beslissing tot schrapping in kracht van gewijsde is gegaan in het kader van artikel 469 van het Gerechtelijk Wetboek (vroeger artikel 461) en geen rekening wordt gehouden met de prorogatieve periode van de voorbehoudsloze weglating”.

De door de advocaat ingeroepen ongelijkheid betreft niet de ongelijkheid tussen personen of partijen, maar deze tussen onderscheiden rechtstoestanden. Hij vergelijkt immers zijn rechtstoestand van schrapping met deze van weglating van het tableau. Er is geen aanleiding voor het stellen van een prejudiciële vraag. Bovendien heeft de advocaat geen belang bij het stellen van de prejudiciële vraag, gezien wat volgt.

Ten overvloede

De vraag van een geschrapte advocaat tot wederinschrijving is – naast wat vereist is bij een primaire inschrijving en naast het respecteren van de wachttermijn van tien jaar, waarvan hierboven sprake – ook onderworpen aan het bestaan van buitengewone omstandigheden, dit omdat er reeds ernstige inbreuken op de plichtenleer werden begaan door de advocaat (art. 472, §1 Ger. W.).

Het vertrouwen van de burger en van de overheid in het beroep van advocaat vereist bij de wederinschrijving van een geschrapte advocaat een zekere terughoudendheid en gestrengheid. Van de verzoekende advocaat mag worden verwacht dat hij zelf actief de omstandigheden aanbrengt en aantoont waaruit, anders dan voordien, thans zijn geschiktheid tot het beroep van advocaat blijkt of kan worden afgeleid omdat hij van een zodanige gewijzigde instelling doet blijken dat niet moet worden gevreesd voor de waarborgen van een behoorlijke beroepsuitoefening met het oog op de belangen van de rechtzoekende, en dat hij aldus aantoont dat het beroepsverbod dat hem werd opgelegd zijn doelmatigheid heeft verloren.

Los van de vraag of de gedupeerden ondertussen door de advocaat werden vergoed volstaat de vastgestelde bedrieglijke verzwijging om ten overvloede te besluiten tot de afwezigheid van buitengewone omstandigheden om de wederinschrijving te wettigen. Uit deze verzwijging blijkt immers dat de advocaat in ieder geval niet in staat blijkt om zich bij zijn beoogde beroepsuitoefening te houden aan het beginsel van rechtschapenheid, vereist door artikel 456 Ger. W.

Het hoger beroep wordt ontvankelijk maar ongegrond verklaard.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen