- Behandeling na herkwalificatie en heropening der debatten
- Gegrond beroep
Bij aangetekend schrijven heeft de advocaat hoger beroep in gesteld “tegen de beslissing van de tuchtraad, in de mate dat de beslissing de beslissing van dezelfde tuchtraad tot heropening der debatten uitwerkt en vervolledigt, en stelt ook beperkt hoger beroep in tegen de beslissing in de mate die beslissing de heropening der debatten en de problematiek van de voorgenomen herkwalificatie van de derde en vierde tenlasteleggingen betreft”
De advocaat voert in essentie aan dat de tuchtraad geen nieuwe tenlasteleggingen kan formuleren of sancties m.b.t. nieuwe tenlasteleggingen kan uitspreken. De tuchtraad kan ten hoogste de aanhangig gemaakte tenlasteleggingen herkwalificeren of heromschrijven. Daarbij moeten de feiten, d.w.z. het geheel van de gebeurtenissen dat afgebakend wordt door de stukken van het dossier waarop de geherkwalificeerde of heromschreven tenlasteleggingen steunen, identiek zijn aan deze waarop de initieel door de stafhouder of door de voorzitter van de tuchtraad geformuleerde tenlasteleggingen zijn gesteund. In casu werden de feiten door de tuchtraad niet heromschreven of geherkwalificeerd. Aan mr. De advocaat werden nieuwe feiten ten laste gelegd.
De tuchtraad van beroep stelt vast dat de tuchtraad in ieder geval en minstens voorbarig de tenlasteleggingen sub 3 en 4 heeft heromschreven en de behandeling van deze tenlasteleggingen, zoals heromschreven sine die heeft uitgesteld.
De tuchtraad stelt immers enerzijds dat de feiten beoordeeld moeten worden in het licht van het reglement op de samenwerkingsverbanden tussen advocaten, en nl. “door niet op voldoende duidelijke en vaststaande wijze de afspraken te hebben vastgelegd betreffende de dossiers die buiten de associatie konden worden behandeld op briefhoofd van de associatie en met gebruikmaking van bepaalde infrastructuur van de associatie”, maar anderzijds oordeelt de tuchtraad dat hij niet beschikt over voldoende vaststaande gegevens om deze mogelijke inbreuk op het reglement te beoordelen, en nl. waar het onvoldoende duidelijk is of er al dan niet enige afspraak, hoe gering ook, werd gemaakt.
De tuchtraad van beroep oordeelt dan ook dat het ingestelde hoger beroep ontvankelijk en gegrond is en doet volgende beslissingen teniet:
- d.d. 23.09.2014, waar deze het derde en vierde gedeelte van de tenlastelegging heromschrijft als ernstige tekortkomingen aan de deontologische beginselen van kiesheid, waardigheid, rechtschapenheid en confraterniteit en behoorlijke beroepsuitoefening waarmee afbreuk wordt gedaan aan de goede naam en reputatie van de orde en de advocatuur in het algemeen door niet op voldoende duidelijke en vaststaande wijze de afspraken te hebben vastgelegd betreffende de dossiers die buiten de associatie konden worden behandeld op briefpapier van de associatie en met gebruikmaking van bepaalde infrastructuur van de associatie, en te dien einde de heropening van de debatten beval m.b.t. de aldus geherformuleerde inbreuken teneinde de advocaat de kans te geven zijn verdediging desbetreffend te voeren,
- en d.d. 9.12.2014 waarin de verdere behandeling van de derde en vierde tenlastelegging, zoals heromschreven in de beslissing van 23.09.2014, sine die wordt uitgesteld tot de meest gerede partij een in kracht van gewijsde gegane uitspraak waarmee een einde komt aan de strafprocedure bij het tuchtdossier voegt en zegt dat de zaak vervolgens opnieuw zal worden vastgesteld voor verdere behandeling,
Verzendt de zaak voor verdere afhandeling naar de tuchtraad voor advocaten, anders samengesteld.