- Kantoor(des)organisatie
- Beroepsgeheim
- Schorsing
De advocaat wordt vervolgd wegens inbreuken op deontologische verplichtingen in vier zaken.
In de zaken 1 en 2 werd aan de advocaat voor de feiten telkens een tuchtsanctie opgelegd van één maand schorsing. In de zaak 3 werd bij verstek aan de advocaat voor de feiten een tuchtsanctie opgelegd van twee maand schorsing. En in de zaak 4 werd bij verstek aan de advocaat voor de feiten een tuchtsanctie opgelegd van zes maanden schorsing.
De advocaat heeft verzet aangetekend tegen voormelde beslissingen.
Het gaat in de vier dossiers telkens om feiten die kaderen in de mogelijke disfunctie van het kantoor van de advocaat. Het past dan ook de zaken thans samen te voegen om te worden beslecht in één enkele beslissing.
Alle aan de advocaat ten laste gelegde feiten worden als bewezen aanzien. Ze tonen, samengenomen, afdoende aan dat er sprake is van een disfunctie in het kantoor van de advocaat.
Een bestraffing van vier maanden schorsing voor alle bewezen verklaarde feiten samen is dan ook passend.
De vier beslissingen bij verstek vindt u hier:
TAG-829: beslissing 15 januari 2025
Nalatigheid bij behandeling dossier/verwaarlozing belangen cliënt
Kantoor(des)organisatie
Schorsing
TAG-830: beslissing 15 januari 2025
Nalatigheid bij behandeling dossier/verwaarlozing belangen cliënt
Briefwisseling
Schorsing
TAG-831: beslissing 15 januari 2025
Belangenconflict
Ereloon
Derdengelden/derdenrekening
Schorsing
Tegen deze beslissing werd hoger beroep aangetekend:
TB-0345-2025: Beslissing 14 januari 2026
Beroepsgeheim
Kantoor(des)organisatie
Schorsing met uitstel