- Kiesheid, waardigheid en rechtschapenheid
- Onwaardig gedrag
- Nietigheid tuchtonderzoek
- Op tegenspraak
De advocaat wordt vervolgd wegens het zich in beschonken toestand bij de politie te hebben aangeboden om een minderjarige bij een verhoor bij te staan. Dit werd ook bevestigd door de vaststellingen van de vice-stafhouder die zich naar het politiekantoor heeft begeven en ook zelf een alcoholgeur waarnam bij de advocaat, die op dat moment ten aanzien van de vice-stafhouder zelfs toegaf die ochtend te hebben gedronken.
De advocaat argumenteert dat het tuchtonderzoek nietig moet worden verklaard wegens schending van art. 6.1 EVRM. Ter ondersteuning van dit verweer wordt verwezen naar de dubbele hoedanigheid waarin vice-stafhouder is tussengekomen, met name een eerste keer in vervanging van de stafhouder op het lokaal politiekantoor bij de vaststelling van de feiten en een tweede keer nadat hij door de stafhouder werd aangesteld als onderzoeker. De advocaat klaagt daarbij aan dat de garantie van een onpartijdig en objectief onderzoek niet voorhanden is, omdat de als onderzoeker aangestelde vice-stafhouder ook aanwezig was bij de vaststelling van de feiten zelf en over het bewezen karakter van de feiten verslag uitbracht bij de stafhouder.
De tuchtraad volgt de advocaat hierin en verklaart het tuchtonderzoek nietig.