- Advocaat en media
- Publiciteit
- Berisping
Het aanschrijven van confraters en andere derden om publiciteit te maken voor de echtgenote druist in tegen de deontologische regels die door de advocaat in acht moeten worden genomen. De advocaat had zich minstens vooraf moeten inlichten of een dergelijke vorm van publiciteit voor zijn echtgenote, zowel gericht naar confraters als naar derden, aanvaardbaar was en in overeenstemming met de deontologische regels en hij had, vooraleer op die wijze te handelen, de nodige voorzichtigheid aan de dag moeten leggen. Het feit houdt een inbreuk in op de beginselen van waardigheid en kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen en een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen.
Rekening houdend met de aard van de feiten en met de oprechtheid en het inzicht dat de advocaat heeft betuigd ter zitting, het besef dat hij in de fout is gegaan en zijn belofte dat dit in de toekomst niet meer zal gebeuren, wordt hem de tuchtsanctie van berisping opgelegd.