- Advocaat en media
- Injunctie stafhouder
- Voorafgaand raadplegen stafhouder
- Verklaringen in de pers
- Eerdere vaderlijke vermaning
- Kosten van / voor het onderzoek
- Opschorting uitspraak van veroordeling
Volgens de advocaat werden de verklaringen in casu inderdaad afgelegd m.b.t. een concreet dossier, doch legde het Parket eerder al verklaringen af en wijst hij op de wapengelijkheid. Bovendien betreft het in casu volgens de advocaat een maatschappelijk probleem en achtte hij het zijn maatschappelijke plicht om te reageren. Hij had niet voorafgaandelijk overlegd met de stafhouder vermits hij op zondagavond werd gecontacteerd en hij onmiddellijk moest reageren.
De tuchtraad treedt het standpunt niet bij dat de verklaringen enkel werden afgelegd in verband met zijn mening over een maatschappelijk relevant probleem. Er blijkt zeer duidelijk dat de concrete verklaringen werden afgelegd namens de cliënten in een zeer specifiek dossier. De advocaat diende zich niet te onthouden van commentaren, maar wel moest hij, mede gelet op een eerdere vaderlijke vermaning m.b.t. een inbreuk op de reglementering m.b.t. advocaat en media, de nodige omzichtigheid in acht nemen en zijn stafhouder voorafgaandelijk raadplegen.
Een zondagavond is geen beletsel om minstens te proberen de stafhouder te bereiken. De advocaat is, gelet op de eerdere vraag van de stafhouder om “in de toekomst de nodige omzichtigheid aan de dag te leggen”, bij zijn contacten met de media te kort geschoten in de in dit verband op hem rustende plicht voorafgaandelijk te overleggen met zijn stafhouder. De stafhouder staat in deze aan de zijde van de advocaat en moet er kunnen op rekenen dat een advocaat, aan wie hij een vaderlijke vermaning heeft gegeven, de hem gegeven richtlijnen in verband met toekomstig gedrag ook stipt zal naleven. Het niet naleven van deze batonnale richtlijnen hindert de stafhouder in de behoorlijke uitoefening van zijn functie en verstoort de behoorlijke werking van de balie. Zo worden de belangen van de beroepsgroep geschaad: door het niet naleven van de door de stafhouder gegeven richtlijnen in verband met toekomstig gedrag, is er derhalve wel degelijk een inbreuk op de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen.
Gelet op de specifieke omstandigheden van het dossier en de concrete omstandigheden waarin de inbreuk werd gepleegd, gaat de tuchtraad in op het verzoek van de advocaat om hem de gunst van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling te verlenen. De door de stafhouder begrote kosten zijn geen kosten die voor het onderzoek of voor het onderzoek ter terechtzitting werden gemaakt, maar kosten van het onderzoek en kunnen niet ten laste worden gelegd van de advocaat. De vraag tot veroordeling van de advocaat tot de kosten is dan ook ongegrond.