- Niet beantwoorden briefwisseling stafhouder
- Kosten en ereloon
- Wanbetalingen
- Schulden
- Niet (tijdig) doorstorten derdengelden
- Bewarend beslag op derdenrekening
- Deels vrijspraak
- Schorsing 3 maanden met uitstel 3 jaar
- Kosten
Door bepaalde omstandigheden kan er enige vertraging optreden in de beantwoording van briefwisseling doch dit neemt niet weg dat een betere organisatie van het kantoor zou kunnen vermijden dat brieven onbeantwoord blijven en dat de stafhouder daardoor gehinderd wordt in de uitoefening van zijn opdracht. Ook het nalaten de ereloonstaat te voldoen van een confrater op wie men een beroep doet in het kader van zijn echtelijke moeilijkheden en zich zelfs in betaling laten dagvaarden, zijn gedragingen die de belangen schaden van de advocatuur in het algemeen, van de advocaat waarop hij een beroep deed om hem bij te staan in zijn echtelijke moeilijkheden en van het aanzien van de advocatuur in de ogen van de magistratuur.
De niet onverwijld doorgestorte derdengelden werden gestort op een derdenrekening waarop bewarend beslag was gelegd wat doorstorting aan de cliënt derhalve onmogelijk maakte. De fondsen werden, na tussenkomst van de voorlopige bewindvoerder, doorgestort zodra het beslag werd gelicht. Het niet “onverwijld” doorstorten is te wijten aan het bewarend beslag op de bewuste derdenrekening en niet aan enige weigering of nalatigheid van de advocaat.
Het niet beantwoorden van de briefwisseling van de stafhouder hindert laatstgenoemde in de behoorlijke uitoefening van zijn functie, en verstoort de behoorlijke werking van de balie. Tevens is het vertrouwen dat cliënten, de magistratuur en de gerechtsdeurwaarders normaliter in de advocatuur moeten kunnen stellen, geschonden. De houding van de advocaat is strijdig met de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen en een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen. De tuchtraad houdt bij de bestraffing wel rekening met de persoonlijke problemen en de financiële implicaties van deze persoonlijke problemen, het volslagen gebrek aan communicatie in hoofde van de advocaat ten aanzien van zijn voormalige cliënt, de gerechtsdeurwaarder en de stafhouder en de intentie om zijn kantoor weer op orde te krijgen na een moeilijke periode.
Voor de niet doorgestorte derdengelden ten gevolge van het bewarend beslag wordt de advocaat vrijgesproken. Voor de andere feiten wordt hem een schorsing van drie maanden opgelegd met uitstel gedurende een periode van drie jaar. Ook worden de door de stafhouder begrote kosten ten laste van de advocaat gelegd.