- Bezwarend e-mailbericht
- Vrije meningsuiting
- Smakeloze grap
- Feiten in privésfeer
- Berisping
Een advocaat kan aan de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die aan zijn beroep van advocaat ten grondslag liggen, tekortschieten door daden gesteld in zijn privéleven. De tuchtvervolgingen van advocaten met betrekking tot feiten die zich situeren in een privésfeer en als grondslag hebben inbreuken op art. 456 Ger. W. zijn legio.
Zelfs als de grappenmakerij van de advocaat tot de privésfeer van de advocaat zou behoren, dan staat dit de tuchtrechtelijke vervolging geenszins in de weg en is de tuchtraad hiervoor bevoegd.
De advocaat is zich intussen sinds geruime tijd bewust van de draagwijdte van zijn handelen en heeft ruimschoots de mogelijkheid gehad zich te excuseren, doch hij blijft dit weigeren, ook na meermaals hiertoe te zijn aangezocht door de stafhouder. Het ontgaat de advocaat ook dat de vrije meningsuiting grenzen heeft. Zijn houding is laakbaar en een advocaat onwaardig.
Van een advocaat met 33 jaar balie mag en moet verwacht worden dat wanneer hij zijn handelwijze betreurt en schuldinzicht heeft, hij zich zou verontschuldigen t.o.v. de persoon die men kwetste.
De tenlastelegging is bewezen en als tuchtsanctie wordt een berisping opgelegd.