- Niet beantwoorden briefwisseling verzekeraar en stafhouder
- Derdengelden
- Niet tijdig doorstorten derdengelden
- Aanmaning door stafhouder
- Gelden steeds ter beschikking gebleven op derdenrekening
- Berisping
Ontvangen derdengelden in juni 2013 werden pas doorgestort naar de rechtsbijstandsverzekeraar in maart 2014, dit na 4 rappels en 2 telefoons van de rechtsbijstandsverzekeraar én bovendien pas na aanmaning door de stafhouder hiertoe.
Het niet tijdig doorstorten van derdengelden is een ernstige inbreuk op het reglement betreffende de derdengelden en maakt alzo een inbreuk uit op de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid verbonden aan het beroep van advocaat.
In het “voordeel” van de advocaat pleit dat bij controle van de derdenrekening vaststaat dat het betreffende bedrag in de relevante periode ter beschikking is gebleven op de derdenrekening.
Het niet tijdig beantwoorden van de briefwisseling van de stafhouder n.a.v. een door de stafhouder ontvangen klacht maakt eveneens een inbreuk uit op de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid in hoofde van de advocaat, verwijzende naar art. 456 Ger. W..
De tuchtraad verklaart de tenlasteleggingen bewezen en legt de tuchtsanctie van de berisping op.