- Diligent handelen
- Mandaat hoger beroep
- Vrijspraak
De advocaat werd opgeroepen om haar verdediging waar te nemen en om uitspraak te horen doen over de volgende feiten die haar ten laste werden gelegd:
“Het mogelijks niet diligent handelen ten aanzien van de cliënt X in kader van de procedure waarin de advocaat werd gemandateerd met een voorziening in hoger beroep strekkende tot de hervorming van een vonnis van de Familierechtbank inzake kinderbijslag tot op het ogenblik van de beëindiging van het mandaat en met betrekking tot de modaliteiten inzake de aangeboden terugbetaling van de nodeloze betekeningskosten en het tijdig ter beschikking stellen van een afsluitende staat van kosten erelonen waarin deze kosten zouden worden verrekend over de periode tot en met het tijdstip van terugbetaling van het batig saldo.”
Het uiteindelijk verzoekschrift tot hoger beroep werd binnen de beroepstermijn ingediend. Er ligt geen gegeven voor waaruit blijkt dat de advocaat onnodig lang zou gewacht hebben met de voorbereiding en indiening daarvan. Uit de voorliggende correspondentie lijkt het dat de cliënt in die periode volop aandacht had voor een andere problematiek, met name het ongeval van zijn zoon, en dat zeker niet gevraagd werd om dat te laten rusten en prioriteit te geven aan het verzoekschrift tot hoger beroep.
Hoe dan ook heeft de advocaat zich daarop bereid verklaard om de kosten van betekening alsnog voor haar rekening te nemen. Dit zou verrekend worden met de eindafrekening.
Na de beslissing tot beëindiging van de samenwerking op 21 april 2016 werd het dossier begin mei 2016 terugbezorgd aan de cliënt. Dat lijkt geen overdreven lange termijn, a fortiori niet wanneer rekening gehouden wordt met de ziekte en vervolgens het overlijden van de vader van de advocaat in die periode. De tuchtraad ziet dan ook geen reden om daarin een te sanctioneren tuchtfeit te zien.
Eveneens ten overvloede mag worden opgemerkt dat de cliënt zelf op regelmatige tijdstippen de medische toestand van zijn vader als reden heeft ingeroepen om de vertraging van zijn reactie op de vragen de advocaat te rechtvaardigen.
De tuchtraad ziet niet goed in waarom de advocaat ervan af gezien heeft om in geen enkel van de door haar behandelde dossiers enig ereloon aan te rekenen. Voor dergelijke afstand bestond geen aanleiding. Er was dus geen reden om de dossiers af te sluiten met een positief saldo in het voordeel van de cliënt. De betaling van dat saldo van 47,29 EUR heeft weliswaar op zich laten wachten, maar maakt in die omstandigheden geen te sanctioneren tuchtfeit uit. Mogelijk rekende de cliënt zelf ook niet op een betaling in zijn voordeel, vermits hij geen rekening had opgegeven waarop dat bedrag kon worden gestort. Of de uiteindelijk gebruikte rekening dan de juiste was of niet, wijzigt in die omstandigheden niets aan het oordeel van de tuchtraad om daarin geen te sanctioneren tuchtfeit te zien.
De tuchtraad beslist de advocaat vrij te spreken voor de haar ten laste gelegde feiten.