- Niet (tijdig) beantwoorden briefwisseling stafhouder
- Niet naleven financiële verplichtingen
- Openstaande schulden
- Berisping
De advocaat wijt het niet reageren op briefwisseling van de stafhouder aan een “uitbolslordigheid”. Hij verwijst hierbij naar zijn leeftijd en besluit dat hij het fysiek ook niet meer aankan. Tijdens de behandeling ter zitting stelt hij dat het niet antwoorden van briefwisseling van de stafhouder te wijten is aan “de grote vakantie” en dat hij – wegens ziekenhuisopname – slechts laattijdig kennis nam van deze briefwisseling via zijn kastje op de rechtbank. Omtrent het niet betalen van ziekenhuisrekeningen verdedigt hij zich door te beweren dat sommige rekeningen vereffend worden door tussenkomst van een derde betaler en dat andere rekeningen door hem zelf dienen betaald te worden waarna deze rekeningen door de verzekering terug worden betaald. Hij besluit dat “Als je lang ziek bent loopt er al iets fout”.
Om de goede werking van de orde niet in het gedrang te brengen moet de briefwisseling van de stafhouder onmiddellijk beantwoord worden. Het niet beantwoorden daarvan duidt op het gebrek aan respect tegenover de stafhouder. Bovendien veroorzaakt dit nalaten administratieve overlast, bijkomende (nutteloze) kosten en tast het laattijdig beantwoorden van briefwisseling de geloofwaardigheid van de balie en haar organen aan namelijk de controle op de naleving van de deontologische normen.
Uiteindelijk vereffende de advocaat zijn ziekenhuisrekeningen, doch inzonderheid met betrekking tot een factuur, niet eerder dan dat hij in betaling werd gedagvaard voor het vredegerecht. Een dergelijke handelswijze brengt de waardigheid en de geloofwaardigheid van de gehele balie in het gedrang. Van een advocaat met een anciënniteit als deze mag en moet men verwachten dat hij ter zake diligent handelt en zijn privérekeningen stipt en nauwgezet opvolgt en vereffent. Mocht hij omtrent het al of niet verschuldigd zijn van zijn rekeningen vragen hebben, dan zijn er talloze instanties die hem graag van advies kunnen en willen zijn. Talmen met betalingen tot een dagvaarding wordt betekend is een advocaat zondermeer onwaardig.
Rekening houdend met het tuchtrechtelijk verleden, het uiteindelijk beperkt schuldinzicht en het feit dat slechts na herhaald aandringen door de stafhouder en na betekening van een dagvaarding tot betaling werd overgegaan, oordeelt de tuchtraad de tuchtsanctie van berisping te moeten opleggen.