- Confraterniteit
- Onafhankelijkheid
- Kiesheid, waardigheid en rechtschapenheid
- Gedeeltelijke vrijspraak
- Opschorting
De advocaat wordt vervolgd voor niet diligent handelen en inbreuken op de onafhankelijkheid en confraterniteit.
In een procedure waarin hij het faillissement van de vennootschap van zijn cliënt aanvocht, bevestigde hij in conclusies en pleidooien dat een geldsom op zijn derdenrekening werd geconsigneerd en dat er een onherroepelijk mandaat was om over te gaan tot uitbetaling daarvan aan de schuldeisers bij intrekking van het faillissement. Daarna werd hij evenwel door de cliënt onder druk gezet om de gelden terug aan de vennootschap en dus de cliënt terug te betalen. Aangezien de advocaat weigerachtig stond ten opzichte van de vraag van de cliënt tot terugbetaling van de gelden, won de advocaat het advies in van de stafhouder, doch kreeg hierop geen antwoord. Daarop stortte hij de gelden dan toch door aan de vennootschap en de cliënt zelf.
De advocaat wordt voor de feiten van niet diligent handelen ten aanzien van de magistratuur en de schuldeisers van de vennootschap van de cliënt vrijgesproken.
Voor de inbreuken op de onafhankelijkheid en confraterniteit wordt hem de gunst van de opschorting van de uitspraak verleend.